Hoe het precies hoort met de drie puntjes

U komt ze regelmatig tegen in teksten: een reeks van drie puntjes. Met een duur woord worden deze puntjes ook wel het ‘beletselteken’ genoemd. Ze kunnen op verschillende zaken wijzen, zoals een onvolledige opsomming of een plotselinge afbreking van de zin. Als u het teken wilt gebruiken in uw eigen teksten, moet u natuurlijk wel precies weten wat de regels hiervoor zijn.

23 februari 2012 | Door redactie

Het beletselteken kan verschillende functies vervullen. Om te beginnen kunnen de puntjes duiden op een gedachte die niet wordt afgemaakt. De lezer moet deze dan zelf aanvullen. Zoals in de zin ‘En wat als zij haar deadline niet haalt …?’ Het teken kan ook op een plotselinge onderbreking van de zin duiden, zoals een korte pauze voor spanningsopbouw. Wie de zin ‘De baas viel van het podium en … kwam gelukkig goed terecht’ leest, houdt even zijn adem in. Ook is het mogelijk om met het beletselteken ‘enzovoorts’ te vervangen in een opsomming. Kijk maar naar ‘Het buffet bestond uit brood, vlees, vis, kaas, fruit …’ Tot slot kunt u ermee aangeven dat in een citaat een stuk tekst is weggelaten. Dan zet u de drie puntjes tussen ronde haken.

Gebruik van het beletselteken

Zowel voor als achter het beletselteken zet u een spatie. Als de puntjes aan het einde van de zin staan, zet u er geen punt achter om de zin netjes af te sluiten. Het derde puntje van het teken neemt de rol van hekkensluiter dan over. Als de puntjes tussen haken staan, zet u er wél een punt achter. En eindigt uw zin met een uitroepteken of vraagteken? Dan komt deze direct na de drie puntjes, dus zonder spatie.