Naar plaatsen verwijzen zonder taalfouten

Taalfouten zijn snel gemaakt, en het gebruik van bezittelijke voornaamwoorden vormt hierop geen uitzondering. Zo worstelen taalgebruikers vaak met de kwestie ‘met welk bezittelijk voornaamwoord moet ik naar plaatsen, steden en landen verwijzen?’ U bent misschien ook geneigd om dit bijna altijd met ‘haar’ te doen, als in ‘Amsterdam en haar grachten’. Maar is dit wel correct taalgebruik of juist een dikke taalfout?

28 maart 2013 | Door redactie

Taalgebruikers hebben er een handje van om naar steden, plaatsen en landen met ‘haar’ te verwijzen. ‘München en haar Oktoberfest’, ‘Frankrijk en haar joie de vivre’, ‘Londen en haar onophoudelijke regen’, om maar even een paar voorbeelden te noemen. Maar ook al is het gemeengoed, het is en blijft een taalfout. Topografische namen zijn namelijk bijna altijd onzijdig, en daarnaar verwijst u met het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’. Twee voorbeelden: ‘Het Nederland van voor de crisis’ en ‘Giethoorn is het Venetië van het Noorden’.

Bezittelijk voornaamwoord bij topografische verwijzing

Let op: er is wel een uitzondering! Als u een topografische naam combineert met een woord als ‘stad’, ‘land’ of ‘gemeente’, voegt het bezittelijk voornaamwoord zich naar dát woord. Omdat ‘land’ onzijdig is, zegt u daarom ‘Het land China en zijn immense inwonertal’. ‘Gemeente’ is vrouwelijk, dus dan zegt u juist wel ‘De gemeente Barneveld en haar kippen’.