Netelige taalkwestie: wanneer krijgt afkorting puntjes?

Het is iets waar taalgebruikers regelmatig een punthoofd van krijgen: schrijft u afkortingen nou met puntjes tussen de letters of niet? Met een paar handige vuistregels voor afkortingen komt u een heel eind.

22 maart 2018 | Door redactie

Om de spellingsregels voor afkortingen en puntjes goed te begrijpen, is het belangrijk om te weten welke soorten afkortingen er in het Nederlands bestaan. De regels voor puntjes verschillen namelijk per soort. Om te beginnen is er het initiaalwoord. Dit is een afkorting die u letter voor letter uitspreekt. Zo’n afkorting krijgt geen punten tussen de letters. Denk aan afkortingen als bh, btw, cao, cd, ov, pr, tv of wc.   

Letterwoorden krijgen geen punten

Sommige afkortingen spreekt u niet uit als losse letters, maar als een woord. Woorden als havo, vip of aids heten dan ook letterwoorden. U spreekt ze immers niet uit als h-a-v-o, v-i-p of a-i-d-s. Letterwoorden krijgen net als initiaalwoorden geen punten. Omdat u letterwoorden uitspreekt als ‘gewone’ woorden, behandelt u ze in het Nederlands ook zo. Eigenlijk zien we ze niet meer als afkorting.

Natuurlijk ook afkortingen mét punten

Tot zover helder; initiaalwoorden en letterwoorden zijn en blijven puntvrij. Maar er zijn ook afkortingen die wél om puntjes vragen, anders zou deze taalkwestie (tools) ook niet zo vaak voor verwarring zorgen. Zo komt er een punt (of er komen punten) in een afkorting die u niet als afkorting uitspreekt. Die afkortingen spreekt u uit als het woord (bijvoorbeeld circa) waar de afkorting (ca.) naar verwijst. Als u een zin hardop zou voorlezen waar bijvoorbeeld mr. of drs. instaat, zegt u ‘meester’ of ‘doctorandus’. Andere voorbeelden: v.Chr. (voor Christus), z.g.a.n. (zo goed als nieuw), Z.K.H (Zijne Koninklijke Hoogheid). Let op: meestal wordt per afgekort woord één punt gebruikt. Uitzonderingen hierop zijn: a.s. (aanstaande), dhr. (de heer), etc. (et cetera), w.o. (waaronder), z.o.z. (zie ommezijde).