Soms wel en soms geen hoofdletter bij eigennamen

Waarom krijgen eigennamen in het ene geval wel en in het andere geval geen hoofdletter? Een korte samenvatting van deze taalregel die minder ingewikkeld is dan hij lijkt.

2 augustus 2019 | Door redactie

De hoofdregel is eenvoudig: u schrijft een hoofdletter aan het begin van eigennamen, bijvoorbeeld van personen, bedrijven, programma’s, bladen en aardrijkskundige namen. Denk aan Marcel, Mozart, Sligro, Ajax, Nieuwsuur, Trouw en Italië. In samenstellingen met en afleidingen van deze namen blijft de hoofdletter gehandhaafd als die nog steeds verwijzen naar die specifieke persoon of zaak. Dat betekent dus Marcels boek, Mozartconcert, Sligrovestiging, Ajacied, Nieuwsuuritem, Trouwartikel en Italiëreis.

Kleineletterregel voor eigennamen

Maar de Nederlandse taal zou de Nederlandse taal niet zijn zonder de nodige uitzonderingen en eigenaardigheden (tool). Verwijst het woord níet specifiek naar de bedoelde persoon of zaak, dan schrijft u eigennamen met een kleine letter. U krijgt dan dus een pietje precies, een verrukkelijke bordeaux, de benjamin van de familie, in braille geschreven, een kafka-achtige situatie en freudiaanse gedachten.

En bij samenstellingen?

Deze kleineletterregel geldt ook voor samenstellingen met dergelijke namen (die dus niet naar de specifieke persoon of zaak verwijzen): brailleschrift, dopplereffect, downsyndroom en nijlpaard. Nu weet u ook meteen waarom er verschil in schrijfwijze is tussen Hij heeft de ziekte van Alzheimer (de persoon die die ziekte heeft ontdekt) en Hij heeft alzheimer (de ziekte zelf).