VERDIEPINGSARTIKEL

Leestekens zorgen ervoor dat uw tekst goed overkomt

Leestekens helpen lezers uw teksten beter te begrijpen. Bovendien zorgt het juiste gebruik van leestekens, samen met een goede zinsbouw en de juiste spelling, voor een professionele indruk. Als u zorgt voor een duidelijke e-mail of helder rapport, beïnvloedt u daarmee ook het oordeel van lezers over de kwaliteit van uw werk en over het imago van uw organisatie. Zo weet u zeker dat uw boodschap goed overkomt.


29 december 2020 9 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Er zijn veel leestekens en de meeste gebruikt u zonder erbij na te denken. Dat geldt voor punten, komma’s en vraagtekens. Toch zitten hier en daar nog wat addertjes onder het gras. En kent u alle regels voor aanhalingstekens? 

Punten

Aan het eind van de zin staat een punt. De mededeling is klaar, het statement is gemaakt, punt. Een vraagteken of uitroepteken vervangt de punt, dus na een vraagteken of uitroepteken volgt niet nog een punt. Als het einde van de zin ook het einde van een citaat is, volgt eerst de punt en daarna sluit u de aanhalingstekens. Maar daarmee bent u er nog niet...

  • Afkortingen
    Punten gebruikt u eveneens om aan te geven dat er sprake is van een afkorting. Het gaat dan zowel om afkortingen van woorden, zoals dr. of ca., als om afkortingen van woordenreeksen, zoals o.l.v. of m.b.t. In aanduidingen als ivf, NS, gsm, FNV en tv ontbreekt de punt, omdat het een zogenoemd ingeburgerd initiaalwoord is, een woord dat letter voor letter wordt uitgesproken. Hetzelfde geldt voor de ingeburgerde letterwoorden, afkortingen die u uitspreekt als een woord, zoals NAVO, wifi en havo.
  • Cijferreeksen
    U komt de punt ook tegen bij getallen en cijferreeksen. Zo geeft de punt bij tijdsaanduidingen het verschil tussen uren en minuten weer: 14.52 uur. Als u ook de seconden wilt aangeven, zet u na de minuten een dubbele punt: 10.37:48, al wordt dit bijna alleen in sportuitslagen gebruikt. Voor geldbedragen geldt de afspraak dat bij meer dan drie cijfers de punt het duizendtal aangeeft: € 5.200 en het miljoen: € 4.991.000.

In uw werk heeft u waarschijnlijk ook regelmatig te maken met zakelijke cijfers, zoals BTW-nummers, IBAN en KvK-nummers. Deze cijferreeksen worden aan elkaar geschreven, zonder punten. Een voorbeeld van een IBAN is: NL99BANK0123456789.

Komma’s

Kommagebruik kent minder regels, maar wel heel wat richtlijnen. Komma’s zijn bedoeld om de leesbaarheid van een tekst te bevorderen. Het zijn adempauzes in de tekst. U mag deels zelf bepalen waar u de komma’s neerzet om een tekst leesbaarder te maken.

Welke soorten komma's zijn er?

  • Pauzekomma’s
    Als u op een bepaald moment in een zin automatisch een rustpauze inlast, plaatst u daar een komma. Dit kunt u gemakkelijk nagaan door de zin hardop te lezen. Hiervoor zijn geen strikte regels, al is een komma tussen twee werkwoorden wel gebruikelijk: ‘Net toen de actie eindigde, was de voorraad uitgeput.’
  • Verhelderende komma’s
    Het kan voorkomen dat de plaats van de komma de betekenis van een zin beïnvloedt. De zin betekent dan met komma iets anders dan zonder. Dat is zeker het geval in zogenoemde uitbreidende bijzinnen. Zo betekent ‘De reacties van de medewerkers die we belangrijk vinden’ iets anders (de medewerkers zijn hier belangrijk) dan ‘De reacties van de medewerkers, die we belangrijk vinden’ (de reacties zijn hier belangrijk). Als u dit wilt herkennen, kunt u de zin het beste ook voorlezen.
  • Structuurkomma’s
    Er zijn gevallen waarin de structuur van de zin om een komma vraagt. Zo zult u meestal een komma zetten tussen twee bijvoeglijke naamwoorden, zoals bij ‘een snelle, gelikte campagne’. Komma’s horen ook tussen de delen van een opsomming: ‘Kiest u voor een klopboormachine, een tafelboormachine, een slagboormachine of de boorhamer?’ In dit soort opsommingen vervangt de komma het woord ‘of’.
Soms is een komma onmisbaar

Soms kunt u zelf kiezen wanneer u een komma plaatst, soms kunt u niet anders dan een komma neerzetten. Zoals tussen twee hoofdzinnen, als er geen voegwoord tussen staat. Staat dat er wel, dan komt een komma alsnog goed van pas als de twee afzonderlijke zinnen erg lang zijn. Tussen twee lange hoofdzinnen met of zonder voegwoord, maar met zelf al komma’s, is een komma geen goed idee. Zet dan gewoon een punt.
In de volgende gevallen zijn komma’s wel verstandig:

  • Als in een hoofdzin een andere (korte) hoofdzin staat. Zet de komma’s dan voor en achter deze hoofdzin.
  • Als in een bijzin een andere bijzin staat. Zet de komma dan voor en achter deze bijzin.
  • Als na een hoofdzin twee of meer bijzinnen volgen. Zet de komma’s dan tussen de bijzinnen.
  • Als een zin twee persoonsvormen heeft. Zet de komma dan tussen de persoonsvormen.

Komma’s zijn overbodig als hoofd- en bijzin samen heel kort zijn en als hoofd- en twee of meer bijzinnen samen heel kort zijn. 

Te veel komma’s wijzen op slechte zinsstructuur

Streef naar zo min mogelijk komma’s. Anders kan dit erop wijzen dat uw zinsstructuur niet klopt. Als uw zin veel komma’s bevat, kunt u er beter een paar vervangen door een punt. Kijk eens naar de volgende zin: ‘In antwoord op uw verzoek om een gesprek, zoals u dat in uw brief van 15 maart 2019 doet, hebben wij, tijdens het meest recente klantoverleg, in samenspraak met de afdeling communicatie, besloten u uit te nodigen en na te gaan hoe we deze kwestie, op een manier die voor alle partijen bevredigend is, kunnen afhandelen.’
Met wat punten wordt dit: ‘Op 15 maart 2019 heeft u ons gevraagd met u in gesprek te gaan. Na intern overleg leek dit ons ook de beste manier. Wij willen u dan ook uitnodigen voor een gesprek. We hopen dat we deze kwestie dan kunnen afhandelen op een manier die voor u én ons bevredigend is.’

Denk niet dat u vóór ‘en’ nooit een komma mag plaatsen. Dat mag best als dat de duidelijkheid van de zin ten goede komt. En gedachtestreepjes vervangen de komma’s; die kunt u niet achter elkaar plaatsen.

Vraagtekens

Een vraagteken sluit een vragende zin af. ‘Geen zin om te koken vanavond?’, ‘U wilt uw auto inruilen?’, ‘Ook een te dure hypotheek?’ Het kan ook gaan om retorische vragen – vragen waarop de vragensteller het antwoord eigenlijk al weet. In langere zinnen kan in een deel ervan een vraag zitten. Met een vraagintonatie op het einde volgt een vraagteken, in andere gevallen niet.

Uitroeptekens

Een uitroep sluit u af met een uitroepteken: ‘Olé!’, ‘Goal!’ en ‘Au!’ zijn goede voorbeelden. Ook een korte zin (of zelfs een enkel woord) met veel positieve of juist negatieve emotie kunt u afsluiten met een uitroepteken.
Doe kalm aan met uitroeptekens. Gebruik maar een beperkt aantal uitroeptekens in een tekst en maar één per zin. Het is echt niet nodig om aan het eind van een uitroep meer dan één uitroepteken te plaatsen. Dat is leuk voor zestienjarigen op Instagram (‘Geniaal!!!’), maar dat past niet in een professionele tekst. Het uitroepteken gedraagt zich verder hetzelfde als een punt aan het einde van een zin.

Uitroepteken tussen haakjes

Soms kunt u het uitroepteken ook gebruiken om extra nadruk te geven. Bijvoorbeeld als iets u erg verbaast of als u ironisch wilt zijn. Zo drukt u kritiek, twijfel of bewondering uit. Zoals in: ‘Ons klantonderzoek heeft na twee weken zes(!) reacties opgeleverd.’ of ‘Hij vond dat ik me wel wat meer(!) kon inspannen’. Let erop dat er geen spatie staat tussen het woord en het beginhaakje.

Dubbele punt

Een dubbele punt kondigt iets aan, zoals een opsomming, citaat of verklaring. Ook na zininleiders, zoals ‘anders gezegd’, ‘kortom’ en ‘hoe dan ook’, is een dubbele punt op zijn plaats. Een voorbeeld: ‘Kortom: de prijs moet omlaag.’ Na een dubbele punt hoort een hoofdletter als er een hele zin volgt, of als de dubbele punt een citaat aankondigt. Gebruik in één enkele zin nooit twee keer een dubbele punt.
Ook bij de notatie van getallen kan de dubbele punt een rol spelen, bijvoorbeeld bij:

  • in schaalverhoudingen (1:54.000);
  • secondeaanduidingen (2.39:13);
  • om ‘gedeeld door’ weer te geven (24 : 6).

Als iets in kolommen is ingedeeld, zijn dubbele punten overbodig.

Puntkomma

De puntkomma komt vooral voor in wetenschappelijke teksten of documenten van de overheid, in rapporten en onderzoeken. Voor uw teksten heeft u de puntkomma waarschijnlijk maar zelden nodig. Zoals de naam al aangeeft, ligt de puntkomma tussen een komma en een punt in. Het legt een pauze tussen twee zinnen die qua onderwerp bij elkaar horen of in elkaars verlengde liggen. De puntkomma sluit een mededeling niet zo duidelijk af als een punt, maar wel meer dan een komma. Er zijn geen duidelijke regels voor, het is meer een gevoelskwestie. U kunt een puntkomma ook gerust helemaal niet gebruiken.

Haakjes

Er zijn ronde haakjes (), vierkante haakjes [] en zogeheten vishaakjes <>. In uw uitingen gebruikt u waarschijnlijk alleen ronde haakjes. Die gebruikt u om iets te verklaren, bij een toevoeging of verwijzing. De informatie tussen de haakjes is vaak net wat minder belangrijk of wijkt af van de rest van de zin. Ook voor dit leesteken geldt: wees er zuinig mee. Neemt u te veel haakjes op in zinnen en alinea’s, dan ziet dat er rommelig uit.

Zet het sluitingshaakje op de juiste plek

De tekst tussen haakjes staat meestal binnen een zin. Daarom begin de tekst met een kleine letter. Als een zin eindigt met de tekst tussen haakjes, volgt eerst het sluitingshaakje en dan pas de punt (of vraagteken of uitroepteken). Met een punt sluit u immers de zin af. In een enkel geval staat een hele zin – die begint met een hoofdletter – tussen haakjes. Dan valt de punt aan het einde van die zin wel binnen het sluitingshaakje.

Beperk het gebruik van haakjes

Kijk uit dat u niet om de haverklap haakjes opneemt in uw teksten. Dat staat al snel rommelig. Er zijn vijf goede redenen om wel haakjes te gebruiken.

  • Als u iets extra’s wilt toevoegen, zoals de leeftijd: Martina Navratilova (62), politieke partij: Klaas Dijkhoff (VVD) of andere informatie: Annemieke (met vriendin op Lowlands).
  • In de betekenis van ‘of’: ‘De (loco)burgemeester zal de nieuwe school feestelijk openen.’ De locoburgemeester komt dus, of de burgemeester zelf. Ander voorbeeld: ‘Gezondheidscentrum zoekt fysiotherapeut(e)’. Dit kan dus zowel een man als een vrouw zijn.
  • Als u een afkorting vaker wilt gebruiken in een tekst, schrijft u deze de eerste keer voluit met tussen haakjes de afkorting: Het Nieuwe Werken (HNW).
  • In literatuurlijsten en opgaven, bij het jaartal (2003), bij aangehaalde pagina’s (p. 21-34).
  • Bij de netnummeraanduiding van telefoonnummers (010) 327 88 91.

Aanhalingstekens

Aanhalingstekens gebruikt u als u:

  • iemand (letterlijk) citeert;
  • een onbekende term introduceert of een woord symbolisch gebruikt;
  • wilt aangeven dat u een term ironisch toepast.

Wilt u in een tekst aangeven wat iemand letterlijk heeft gezegd, dan gebruikt u een citaat of quote. Citaten kunnen een paar woorden omvatten, maar ook hele zinnen. Ze staan vooral in journalistieke en wetenschappelijke artikelen:

PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher sprak van ‘een triest dieptepunt’ na de bekendmaking van de cijfers.
‘Bij de mummies die we gevonden hebben, kwamen veel minder hart- en vaatziekten voor dan wij tegenwoordig hebben’, aldus Karen Sayers, projectleider van het onderzoek.

Vat u de woorden van iemand samen of parafraseert u deze, dan gebruikt u nooit aanhalingstekens, bijvoorbeeld: Volgens PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher was het een triest dieptepunt. In een citaat van een volledige zin staan de aanhalingstekens aan het begin en aan het einde van een zin.

Soms wordt een citaat onderbroken, bijvoorbeeld in: ‘Dat gaat zomaar niet,’ reageerde de manager, ‘dan moet ik eerst de verkoopcijfers zien.’ Veel mensen twijfelen of ze de komma in dit geval voor of na het aanhalingsteken moeten zetten. Hiervoor is ook geen strikte regel. U kunt als uitgangspunt nemen dat de komma binnen de aanhalingstekens komt als hij ook in de hele geciteerde zin voorkomt, en buiten de aanhalingstekens als dat niet het geval is. Dus:

‘Is er iets mis met de projectplanning,’ vroeg de officemanager, ‘of heeft de opzet niet goed gewerkt?’
‘Waarom’, vroeg zij, ‘lopen we niet op schema?’

Enkele aanhalingstekens voor ironie

De enkele aanhalingstekens gebruikt u vooral voor onbekende uitdrukkingen of symbolisch taalgebruik: een ‘free agent’ of een ‘groene’ werkplek. Als duidelijk is wat deze term betekent, laat u de aanhalingstekens weer weg. Zulke woorden kunt u ook cursiveren in plaats van tussen aanhalingstekens zetten. U kunt aanhalingstekens ook toepassen als u wilt aangeven dat u iets ironisch bedoelt, bijvoorbeeld: ‘economisch visionair’ Herman Heinsbroek; ze at haar gebruikelijke ‘gezonde’ lunch.

Gedachtestreepjes

Terwijl haakjes of komma’s een toevoeging minder benadrukken, maken gedachtestreepjes een toevoeging juist belangrijker. ‘Neem dan wel uw legitimatiebewijs mee – een kopie – en een recente pasfoto.’ Zo geschreven valt deze toevoeging veel meer op dan tussen haakjes of komma’s. Ook terzijdes en toevoegingen die buiten de structuur van een zin vallen, worden met gedachtestreepjes beter begrepen.
Eén liggend streepje geeft een verrassende wending of een onderbreking aan in een zin. ‘Je kunt op elk gewenst moment je abonnement opzeggen – of een tweede abonnement nemen.’

Wees zuinig met gedachtestreepjes, één keer per alinea is al veel. Maak in uw teksten bovendien duidelijk onderscheid tussen de langere gedachtestreepjes (–) en de korte koppeltekens (-).

Schuine strepen

De schuine streep of slash ziet u vaak in ambtelijke documenten en invulformulieren. Soms is een schuine streep onvermijdelijk of gewoon handig, bijvoorbeeld als de schuine streep ‘per’ betekent, zoals in 2/week (twee per week). Op invulformulieren (‘doorstrepen wat niet van toepassing is’) komt u ook wel man/vrouw, ouder/verzorger of ja/nee tegen. In zulke gevallen is een schuine streep zinnig. Maar denk altijd even na over de vraag of een schuine streep wel nodig is. Soms is het beter om iets voluit te schrijven, zoals 25 kilometer per uur in plaats van km/u, of tot en met in plaats van t/m.
De schuine streep naar de andere kant, de backslash () heeft verder geen functie als leesteken; deze komt alleen voor in formules en computertaal, zoals in de namen van computerbestanden.

Opschrijven en/of weglaten

Zeker ambtelijke taal en algemene voorwaarden zijn vergeven van en/of-formuleringen. En/of-formuleringen zijn lang niet altijd nodig. Bijvoorbeeld ‘Als herplaatsen van de apparatuur niet mogelijk en/of te duur is, moet u zich tot de fabrikant wenden.’ Iets kan niet én onmogelijk zijn en ook nog te duur zijn. Als het al niet mogelijk is, doen de kosten er niet toe. Hier moet dus alleen ‘of’ staan.

Soms roept een en/of-formulering vragen op: ‘U kunt uw algemene voorwaarden deponeren bij de Kamer van Koophandel en/of de rechtbank’. Waarom zou iemand de voorwaarden op beide plekken deponeren? Of bedoelen ze gewoon ‘de Kamer van Koophandel of de rechtbank’? Kijk dus goed of een en/of-formulering wel nodig is.