VERDIEPINGSARTIKEL

Zonder spelfouten een sterkere boodschap

U moet in uw werk veel communiceren. Met uw medewerkers, collega’s, de directie en zakenrelaties. Doet u dat regelmatig schriftelijk, dan helpt correct taalgebruik bij het overbrengen van uw boodschap. Het is dan geen gezicht als er spelfouten in uw teksten staan. Sterker nog, door de negatieve indruk die dat geeft, kan de lezer van uw tekst de inhoud zelfs slechter beoordelen. Daarom de belangrijkste regels op een rij.


29 december 2020 10 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Weet u wanneer u hoofdletters wel en niet gebruikt? Hoe voegt u woorden samen? Wat zijn de regels voor een koppelteken of tussen-s? Moet u getallen voluit schrijven? En kunt u beter ‘U’ of ‘u’ schrijven als u een klant direct aanspreekt? Elke spellingsregel kent uitzonderingen, maar de knelpunten voor spelling in het Nederlands richten zich op vier categorieën:

  1. hoofdletters;
  2. samenstellingen;
  3. getallen en cijfers;
  4. het geslacht van woorden.

Hierna leest u meer over elk van deze knelpunten.

1  Hoofdletters

De regels voor het gebruik van hoofdletters zijn in het Nederlands vrij duidelijk. U gebruikt een hoofdletter:

  • om een zin te beginnen;
  • als u een naam noemt;
  • in een afkorting;
  • als uitdrukking van eerbied (hoewel dit steeds minder voorkomt).

Begin van de zin

Elke zin begint met een hoofdletter. Dit doet u hoogstwaarschijnlijk automatisch goed en anders doet Word dat wel voor u. Ook als een zin begint met een veelgebruikte afkorting die u met een kleine letter moet schrijven (zoals o.a.), heeft de hoofdletterregel voorrang. U schrijft dan ‘O.a.’. Dezelfde regel geldt voor woorden als iPhone en iPad, e-Bay of iDEAL. Als deze woorden aan het begin van de zin staan, schrijft u IPhone, IPad, E-Bay en IDEAL.
In sommige gevallen volgt ook na een dubbele punt een hoofdletter, bijvoorbeeld als u een dialoog(je) weergeeft of als er meerdere zinnen volgen.

Begint u een zin met een woord met daarin een apostrof, zoals ’s ochtends en ’s avonds, of met een plaatsnaam als ’s-Hertogenbosch, dan krijgt het tweede woord de hoofdletter toebedeeld. Bijvoorbeeld: ’s Avonds werd een nieuwe bespreking ingepland. Begint een zin met een cijfer, dan komt er geen hoofdletter.

Namen

Persoonsnamen, aardrijkskundige namen en zaaknamen (merken, gebouwen) krijgen in principe een hoofdletter. Let er wel op dat tussenvoegsels van familienamen (de, van, ter) alleen een hoofdletter krijgen als er geen (voor)naam, voorletter of (adellijke) titel voor staat. Schrijf dus ‘Het bleek dat Van Gaal zijn twijfels had’ en ‘Het huis van Sheila de Vries trok veel kopers’. Buitenlandse namen worden net zo geschreven als in de oorspronkelijke taal.

De volgende groepen woorden krijgen in ieder geval een hoofdletter:

  • aardrijkskundige namen, dus landen en rivieren maar ook straten en hemellichamen (de Donau, Newfoundland, de Avondster);
  • aardrijkskundige namen in samenstellingen en afleidingen (Russische wodka, Engelse tuinen, Limburgse vlaai, de Schelde-oevers);
  • etnische groepen (Roma, Zulu’s);
  • historische gebeurtenissen (de Vrede van Münster, de Tweede Wereldoorlog);
  • feesten (Koningsdag, Offerfeest, Pinksteren);
  • instanties en instellingen (Reclame Code Commissie, Sociaal-Economische Raad, Ministerie van Financiën);
  • instellingsnamen van gezindten, partijen en verenigingen (Partij voor de Dieren, Koninklijke Horeca Nederland, Abvakabo);
  • persoonsnamen die een merk of kunstwerk vertegenwoordigen (parfum van Dior, een Monet);
  • religieuze woorden (de Ka’aba, de Thora);
  • talen, dialecten en hun afgeleiden (Pools, Franstalig, Poldernederlands);
  • titels van boeken, films en liedjes;
  • wetten (Burgerlijk Wetboek, Wet oneerlijke handelspraktijken);
  • windrichtingen die bij een geografische aanduiding horen (Amsterdam-Oost, de kop van Zuid, de Oriënt, het Verre Oosten). 

Naslagwerken van de Nederlandse spelling

De officiële spelling van het Nederlands is te vinden in het Groene Boekje, zoals de Woordenlijst Nederlandse Taal in de wandelgangen heet. De Nederlandse Taalunie herziet de spelling om de zoveel jaar, maar niet altijd tot ieders tevredenheid. Na een herziening in 2006 (toen ‘pannekoek’ veranderde in ‘pannenkoek’) werd de concurrerende Witte Spelling in het Witte Boekje gelanceerd.
Het Witte Boekje zegt de gebruiker meer spellingvrijheid te bieden dan de officiële regels. Veel dagbladen en de NOS hanteren de Witte Spelling, maar de overheid gaat uit van het Groene Boekje. Welke spelling u ook kiest, pas deze in ieder geval consequent toe. Praktische tip: de Woordenlijst Nederlandse taal is online te vinden op woordenlijst.org.

De volgende woorden en aanduidingen schrijft u níet met een hoofdletter:

  • aardrijkskundige namen die u gebruikt als soortnaam (een fles bordeaux, een hamburger);
  • academische titels (ingenieur, professor);
  • etnische groeperingen op grond van ras (indianen, eskimo’s);
  • functiebenamingen (burgemeester, kantonrechter);
  • historische tijdperken (de middeleeuwen, de bronstijd, de barok);
  • namen van religieuze perioden (carnaval, ramadan);
  • persoonsnamen in een samenstelling of afleiding die een soortnaam zijn geworden (chateaubriand, dopplereffect, zeppelin);
  • stromingen of personen die bij een religie, overtuiging, partij of vereniging horen (hindoes, liberalen, humanisten);
  • planten en dieren;
  • samenstellingen met namen van feesten erin (kerstreces, paaseieren)
  • adellijke of vorstelijke personen (koningin, graaf);
  • windrichtingen (noord, zuidoost);
  • merkaanduidingen die een soortnaam zijn geworden (maxicosi, chocomel, inbussleutel, claxon, waxine, vaseline, sinas en linoleum).

Afkortingen

Ook in afkortingen worden vaak hoofdletters gebruikt. Hoewel er niet echt regels bestaan voor de schrijfwijze van afkortingen geldt wel: hoe ouder de afkorting, des te groter de kans op hoofdletters, bijvoorbeeld HBS, of zelfs H.B.S. Vroeger schreef iedereen W.C., maar tegenwoordig gewoon wc.
Sommige afkortingen die uit een andere taal komen, krijgen hoofdletters, zoals nota bene (NB) en post scriptum (PS). Casu quo (c.q.) en de dato (d.d.) schrijft u daarentegen met kleine letters. Als een afkorting met een hoofdletter begint, blijft deze wel staan: Christus is alleen af te korten als Chr., niet als chr. Voor afkortingen die als woord worden uitgesproken, geldt het volgende:

  • drie letters of korter: hoofdletters (WOR, RI&E);
  • vier letters: hoofdletters (FIOD), of alleen een hoofdletter aan het begin (Hema);
  • vijf of meer letters: alleen de eerste letter wordt een hoofdletter (Abvakabo, Wajong).

Afkortingen die per letter worden uitgesproken, worden in hoofdletters geschreven (FNV, UWV).

Hoofdletters in het Engels

Als u wel eens voor uw werk in het Engels correspondeert, valt het u waarschijnlijk op dat de regels voor hoofdlettergebruik in het Engels soms afwijken van de Nederlandse regels. Opvallend is bijvoorbeeld dat bij namen die uit meerdere woorden bestaan, alle woorden een hoofdletter krijgen: Golden Gate Bridge, Atlantic Ocean. Ook de dagen van de week krijgen in het Engels een hoofdletter: Friday, Sunday. Twijfelt u aan het hoofdlettergebruik in een bepaalde situatie in het Engels, schrijf dan gewoon een hoofdletter. De kans is groot dat er wel een hoort te staan!

Er bestaan veel afkortingen die zelf bekender zijn dan de woorden die erachter zitten. Belasting toegevoegde waarde is minder bekend dan BTW. Dit soort afkortingen (zoals cao en mkb) krijgt kleine letters, zonder puntjes ertussen. Het maakt niet uit of deze afkortingen per letter worden uitgesproken (vwo) of als woord (havo).

Teken van eerbied

In religieuze teksten is het hoofdlettergebruik talrijker dan u misschien gewend bent. Zo schrijft u God, Allah en Jahweh met een hoofdletter, maar in zo’n geval kunt u nog redeneren dat het om een naam gaat, die u met een hoofdletter schrijft, net zoals Vishnoe, Athene, Osiris en Wodan een hoofdletter krijgen. Maar ook andere woorden die direct verwijzen naar personen en zaken die als heilig gelden, krijgen vaak een hoofdletter. Denk maar aan de Almachtige, de Moeder Gods, de Profeet, de Heilige Geest, de Verhevene en de Heer.

Gebruikt u ‘u’ of ‘U’ in uw zakelijke correspondentie? De regel is dat u de ‘u’ altijd met een kleine letter schrijft. Heeft u het om de een of andere reden in uw schriftelijke communicatie over een heiligheid, dan gebruikt u ‘U’.

2  Samenstellingen

In het Nederlands bestaan veel samenstellingen: combinaties van twee of meer woorden die samen een nieuw woord met een eigen betekenis vormen. Deze schrijft u altijd aan elkaar. Denk aan hogesnelheidstrein, dagaanbieding, audioverbinding, driegangenmenu, angstschreeuw, bloeddrukmeter, wegomlegging en rondetafelconferentie. Hiermee worden veel fouten gemaakt, waarschijnlijk vooral onder invloed van het Engels. Daar is het een management fee, maar in een Nederlandse tekst schrijft u managementfee.

Overbodige spaties zorgen voor andere betekenis

Als u een samengesteld woord niet aan elkaar schrijft, kan het iets anders betekenen dan u bedoelt. Bij een gele truidrager is de drager geel, bij een geletruidrager is de trui geel. Thee kan geeft u de mogelijkheid om thee te drinken. Een theekan geeft u zekerheid over de inhoud van de kan. En is uw product goed gekeurd of goedgekeurd?

Woordgroep of samenstelling

Om te weten wanneer u een spatie schrijft, moet u het verschil kennen tussen een samenstelling en een woordgroep. Dat laatste is slechts een combinatie van woorden die in een zin bij elkaar horen, maar los van elkaar worden geschreven. Zo kan iemand een bleek gezicht hebben (woordgroep), maar ook een bleekgezicht zijn (samenstelling). Er is verschil tussen een zwartboek en een zwart boek.

Als in een van de delen van de samenstelling oorspronkelijk wel een spatie stond, blijft die spatie in de samenstelling staan. Het is dus Comic Sansdag, Mart Smeetstrui. Matthijs van Nieuwkerkcoupe en Harry Potterreeks.
Soms is de logica ook helemaal zoek. Witte kool schrijft u bijvoorbeeld als twee woorden, maar rodekool moet u als een samenstelling aan elkaar schrijven. Bij twijfel biedt het woordenboek u soelaas.

Leesbaarheid staat voorop

Houd bij samenstellingen altijd de leesbaarheid in het oog. Samenstellingen kunnen tot misverstanden leiden als eind- en beginletters van de samengevoegde woorden niet-bedoelde combinaties vormen of moeilijk leesbaar zijn. Bij samengestelde woorden zoals popopera, jazzzangeres en tolkuren mag u altijd ter verduidelijking een koppelteken aanbrengen. Mart Smeets-trui met koppelteken is dus ook prima.

Samenstellingen kunnen best lang worden, maar dan moet u ze nog steeds aan elkaar schrijven. U schrijft dus onbeperktbellenabonnement, wegwerkzaamhedenpagina, koningsdagdienstregeling, socialemediacode en lidmaatschapsaanvraagformulier. Omdat deze woorden lastig te lezen zijn, voegen veel mensen een spatie in. Maar dat is niet correct! In zo’n geval is het beter om ze op een andere manier te noteren. Een ‘code voor sociale media’ en de ‘dienstregeling die geldt op Koningsdag’ zijn foutloos én duidelijk.

Klinkerbotsing voorkomen met streepje

Twee klinkers achter elkaar in een samenstelling geeft lang niet altijd problemen. Als de klinkers samen maar dezelfde klank behouden. Voor samenstellingen die meer dan één klank kunnen opleveren, gebruikt u een streepje. Van bijvoorbeeld autoexpert maakt u auto-expert, galaavond wordt gala-avond en fotoonderschrift wordt foto-onderschrift. Als er drie (of meer) klinkers achter elkaar staan, moet u altijd een koppelteken toevoegen: macho-uiterlijk, tosti-ijzer, cadeau-idee, radio-uitzending.

Wel een koppelteken

Soms staat buiten kijf dat u een koppelteken moet gebruiken. Dit gebeurt in de volgende gevallen:

  • als beide delen van de samenstelling gelijkwaardig zijn en in feite verwisselbaar (woon-werkverkeer, zwart-wit);
  • in meerdelige aardrijkskundige namen (Baarle-Hertog, Hendrik-Ido-Ambacht, St.-Job-in-’t-Goor);
  • vóór een hoofdletter (pro-Westers, anti-Israëlisch);
  • bij aardrijkskundige namen die beginnen met iets wat een specificering genoemd kan worden (Neder-Betuwe, Zuid-Japan, Latijns-Amerika);
  • voor of achter een afkorting of enkele letter, cijfers of speciale tekens (SER-kroonlid, T-shirt, 79-jarige, €-teken,);
  • als het linkerdeel eindigt op een apostrof met een s (papa’s-kindje);
  • in een aantal bijzondere gevallen (niet-roker, commissie-De Wit).

Volledig uitgeschreven telwoorden krijgen – als dat nodig is – geen koppelteken, maar een trema: drieënhalf, tweeëntwintig.

Hardop lezen helpt bij het schrijven

Raakt u in de war over de manier waarop u een samenstelling moet schrijven, lees hem dan hardop. Een samenstelling heeft slechts één klemtoon, in een woordgroep heeft elk afzonderlijk woord een eigen klemtoon. Woorden die gevolgd worden door een cijfer of een letter om een categorie aan te geven, gelden eveneens als woordgroep en krijgen een spatie (hepatitis B, top 40).

De tussen-s

De regel voor het gebruik van de tussen-s is simpel: hoort u in een samenstelling een tussen-s, dan schrijft u ook een tussen-s. U kunt dus spellingsregels schrijven, maar ook spellingregels. Soms is het moeilijk om te horen of er een tussen-s staat, omdat het eerste woord van de samenstelling met een ‘s’ of s-klank eindigt of het tweede woord ermee begint, zoals dorpscentrum. De truc is dan het tweede woord te vervangen door een woord zonder ‘s’: het is dorpspomp, en daarom ook dorpscentrum; het is afdelingshoofd, dus ook afdelingschef. In zeldzame gevallen kan een tussen-s de betekenis van een woord veranderen. Het beroemdste voorbeeld is waternood (te weinig water) en watersnood (te veel water), wat het tegenovergestelde van elkaar betekent.

De tussen-n

De tussen-n is een heikel punt. In sommige samenstellingen worden de woorden niet direct aan elkaar geschreven, maar zit er een hoorbare klank tussen. Het is ruggenprik in plaats van rugprik, zielenpoot in plaats van zielpoot en paardenbloem in plaats van paardbloem (maar wel boekhandel en appelsap – dus als u geen tussenklank hoort, hoeft u deze ook niet toe te voegen).
De vraag is hoe die tussenklank dan gespeld moet worden. Heel lang kon dit -e of -en zijn. Er waren veel verschillende regels om te bepalen wanneer het -e of -en moest zijn. Daarom werd een paar jaar geleden alles gelijkgetrokken: overal -en invoegen. Vanaf dat moment schreven we bijvoorbeeld paddenstoel, wiegenlied en apenkool.
Toch zijn er nog steeds aan paar uitzonderingen, waarbij u alleen een -e schrijft en geen -en:

  • woorden waarvan er maar één is: de zon, de maan, de hel, de koning. Het is dus nog steeds zonnestralen, maneschijn, hellehond en Koningsdag;
  • samenstellingen met een bijvoeglijk naamwoord als eerste deel (verrekijker, flauwekul), ook als dat bijvoeglijk naamwoord een versterkende betekenis heeft (bere-, rete-, reuze-);
  • samenstellingen die een lichaamsdeel als eerste deel hebben (kinnebak);
  • samenstellingen waarvan de delen niet meer afzonderlijk worden gebruikt (takkeweer);
  • samenstellingen waarvan het eerste woord een werkwoord is (knarsetanden, minnekozen);
  • samenstellingen waarvan het eerste woord geen meervoud kent. Vaak zijn dit woorden die eindigen op -ose, -isme of -ine, zoals cafeïne of terrorisme (cafeïneverslaving, terrorismedreiging).

3  Getallen en cijfers

Voor het voluit schrijven van getallen gelden in principe twee standaarden:

alle getallen tot en met twintig voluit in letters, daarna alles in cijfers;
getallen tot en met tien voluit, daarna alleen nog de tientallen, de honderdtallen, de duizendtallen en getallen als miljoen en miljard in letters, de rest in cijfers.

Verder worden jaartallen en data in cijfers weergegeven, zoals 5 mei 1945. Percentages en bedragen staan ook vaak in cijfers: 87%, € 135, $ 499,95.

Wat u in cijfers of letters schrijft, mag u in principe zelf bepalen; fout is het nooit. Maar wees wel consequent en kijk wat mooi staat. Als u veel cijfers gebruikt in een tekst, kunt u beter alle getallen in cijfers weergeven in plaats van ze telkens uit te schrijven.

4  Geslacht van woorden

Net als in het Duits, Frans en Italiaans hebben zelfstandige naamwoorden in het Nederlands een geslacht: ‘de’ is mannelijk of vrouwelijk, ‘het’ is onzijdig. Sommige woorden zijn zelfs mannelijk én vrouwelijk. Meestal doet het er niet toe welk geslacht een woord heeft, maar als u een persoonlijk voornaamwoord gebruikt om naar een woord te verwijzen, moet u het wel weten.

Correct verwijzen met persoonlijk voornaamwoord

Een persoonlijk voornaamwoord verwijst naar een persoon, een groep personen, voorwerpen of zelfs onzichtbare zaken. Het persoonlijk voornaamwoord vervangt in de zin het zelfstandig naamwoord: daar verwijst het naar. De volgende voorbeelden illustreren dit:

Bij een onzijdig woord gebruikt u altijd hij en hem: ‘Het bestuur is verontwaardigd over de beschuldiging aan zijn adres.’
Heeft een zelfstandig naamwoord ‘de’ als lidwoord, dan kunt u het beste even opzoeken wat het geslacht van het woord is. Dit vindt u in een woordenboek, het Groene Boekje of via woordenlijst.org.

Vaak krijgen woorden een vrouwelijke verwijzing terwijl ze niet vrouwelijk zijn. Vereniging, commissie, partij en instantie zijn vrouwelijk, maar politie, raad, dienst en bond zijn mannelijk. Als beide mogelijk zijn, kiezen Nederlanders vaak de mannelijke vorm en Vlamingen de vrouwelijke.



Meer informatie over het maken van professionele teksten vindt u in de toolbox Zo voorkomt u missers in uw schriftelijke communicatie.