Hoe ontcijfer ik Romeinse cijfers?

29 december 2020

In sommige boeken die ik voor mijn werk gebruik, staat het jaartal in Romeinse cijfers. De I, de V en de X ken ik, maar hoe ontcijfer ik de rest?

Om deze cijfers goed te lezen, moet u kennis hebben van de regels omtrent deze Romeinse cijfers. Er zijn zeven symbolen, waaruit alle getallen zijn opgebouwd.

I (= 1);
V (= 5);
X (= 10);
L (= 50);
C (= 100);
D (= 500);
M (= 1.000).

Hoogste cijfer eerst

Daarnaast gelden bepaalde regels voor het gebruik:

  • De V, L en D mogen in een getal slechts eenmaal worden gebruikt.
  • De I, X en C kunnen ten hoogste driemaal naast elkaar staan.
  • Het hoogste cijfer staat altijd vooraan. Als een lager cijfer voor een hoger cijfer geplaatst wordt, dan betekent dat dit cijfer van het hoogste cijfer dat achter dat cijfer staat, afgetrokken moet worden.

Voorbeelden 

Hieronder staan een paar voorbeelden ter verduidelijking:

  • XXXIV: Hier staat 10 + 10 + 10 – 1 + 5 = 34.
  • MCDXL: Hier staat 1.000 – 100 + 500 – 10 + 50 = 1.440.
  • MCMXCIX: Hier staat 1.000 – 100 + 1.000 – 10 + 100 – 1 + 10 = 1999.
  • MMXXI: Hier staat 1.000 + 1.000 + 10 + 10 +1 = 2021.

I = 1

XIII = 13

L = 50

D = 500

II = 2

XIV = 14

LX = 60

DC = 600

III = 3

XV = 15

LXX = 70

DCC = 700

IV = 4

XVI = 16

LXXX = 80

DCCC = 800

V = 5

XVII = 17

LXXXV = 85

CM = 900

VI = 6

XVIII = 18

XC = 90

M = 1.000

VII = 7

XIX = 19

C = 100

MC = 1.100

VIII = 8

XX = 20

CI = 101

MCM = 1.900

IX = 9

XXI = 21

CXI = 111

MM = 2.000

X = 10

XXX = 30

CC = 200

MMX = 2.010

XI = 11

XL = 40

CCC = 300

MMC = 2.100

XII = 12

XLI = 41

CD = 400

MMD = 2.500