Wat is de taalregel voor het gebruik van ze, hun en hen?

26 juli 2019

Een zin als Hun hebben een fiets geeft mij grammaticale jeuk. Kunt u mij uitleggen wat de taalregel voor ze, hun en hen nu precies is?

Het is een taalkwestie waarbij mensen vaak de mist ingaan, dus hierbij alle regels voor ze, hun en hen op een rij:

  1. Schrijf ze of zij als u het onderwerp van de zin bedoelt: Ze liggen op bed. U krijgt dus nooit Hun liggen op bed of Hun hebben contact met ons opgenomen.
  2. Gebruik hun als bezitsvorm als het bezit er direct achter staat, zoals in de zin Het is hun fiets. Vergelijk hun dan ook met mijn, zijn, haar, jouw, uw en onze.
  3. Schrijf hun als u er voor of aan voor kunt denken, maar het er niet staat. Bijvoorbeeld in de zin Ik geef hun een cadeau. Hun functioneert dan als meewerkend voorwerp. Let op: als er wel aan of voor staat, schrijft u er hen achter. U schrijft dus Ik geef hun een cadeau óf Ik geef aan hen een cadeau.
  4. In de overige gevallen schrijft u hen. Hen functioneert dan meestal als lijdend voorwerp. Een andere makkelijk te onthouden regel is dat u hen altijd na een voorzetsel schrijft. Dus: Er wordt over hen gesproken, Wij blijven bij hen eten en Ik heb op hen gewacht. Maar let op, het is nog steeds: Ik zit op hun fiets. Regel twee gaat dus voor regel vier!
  5. Twijfelt u over het gebruik van hun of hen? Dan kunt u het probleem misschien met 'ze' omzeilen. Dat is taaltechnisch bekeken helemaal correct. Schrijf bijvoorbeeld Ik heb ze een fiets gegeven en Als je ze een uitnodiging stuurt, moet je ze ook thuisbrengen.

Grammaticaal fout

Hoe fout hun als onderwerp van de zin ook is, het heeft toch een grappige functie in de spreektaal. Hun wordt daar namelijk alleen gebruikt als onderwerp als men naar mensen verwijst. Zo is in sommige zinnen, zoals Waar zijn ze?, wellicht niet meteen duidelijk of er met ze mensen of objecten bedoeld wordt. Door Hun zijn boven! te antwoorden, wordt meteen een menselijke indicatie gegeven. Grammaticaal hartstikke fout maar gek genoeg soms wel handig dus, dat ge-hun.