Belastingtarieven 2020 zijn definitief

De Eerste Kamer heeft dinsdag ingestemd met het Belastingplan 2020. Daarmee staan de tarieven in de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de vennootschapsbelasting voor 2020 definitief vast.

17 december 2019 | Door redactie

De Tweede Kamer heeft de belastingplannen van het kabinet voor komend jaar al medio november goedgekeurd, met een paar kleine wijzigingen. Nu ook de senaat akkoord is, kunnen de nieuwe tarieven definitief doorgevoerd worden. Dat houdt onder meer in dat de daling van het toptarief in de vennootschapsbelasting volgend jaar nog uitblijft. Overigens is de meerderheid in de Eerste Kamer voor het Belastingplan 2020 niet héél ruim. Van de 75 senaatsleden hebben er 42 vóór gestemd.

Twee schijven in inkomstenbelasting en loonbelasting

In de inkomstenbelasting en loonbelasting kan de ombouw van het stelsel naar twee schijven dus doorgaan. In het algemeen geldt dat belastingplichtigen tot een bedrag van € 68.507 nog 37,35% belasting betalen. Boven dat bedrag zijn ze 49,5% kwijt. Een tabel met alle tarieven en de opbouw daarvan vindt u hier.
Volgens de plannen zakt het tarief in de eerste schijf in 2021 nog iets, naar 37,1%. Keerzijde van de ombouwoperatie is dat allerlei aftrekposten ook tegen een lager percentage aftrekbaar zijn. Dat geldt onder meer voor de hypotheekrenteaftrek, de zelfstandigenaftrek en alimentatie.

Jaar 2019 2020 2021 2022 2023
Maximaal aftrektarief 49% 46% 43% 40% 37,05%

Bijtelling omhoog en meer ruimte in WKR

Ook andere plannen kan het kabinet nu doorzetten, zoals het opschroeven van de bijtelling op elektrische auto’s. Die gaat naar 8% in 2020, als onderdeel van een waaier aan maatregelen uit het Klimaatakkoord. Daarnaast krijgen werkgevers meer vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR). Tot een loonsom van € 400.000 gaat het percentage van 1,2% naar 1,7%.

Onderzoek naar vereenvoudiging belastingstelsel

Tijdens de behandeling van de belastingplannen heeft de Eerste Kamer nog drie moties aangenomen. Zo roept de senaat het kabinet op om onderzoek te doen naar de vereenvoudiging van het Britse belastingstelsel om te zien of daar ook bruikbare dingen voor Nederland in zitten.
Ook een motie over de zogeheten ODE-heffing kreeg genoeg steun. Via deze heffing wordt mede de pot voor de duurzame subsidie SDE+ gevuld. De ODE stijgt als gevolg van de maatregelen uit het Klimaatakkoord. Sommige sectoren, zoals de glastuinbouw en de chemie worden buitensporig hard geraakt, volgens een aantal partijen. Het kabinet moet daarom bezien of die 'extreme lastenstijging' verminderd kan worden.
De derde motie heeft te maken met twee Europese richtlijnen die belastingontwijking moeten voorkomen. Als de invoering van die richtlijnen in de praktijk leidt tot dubbele belastingheffing, moet het kabinet dat proberen te voorkomen, zo stelt de motie.