VERDIEPINGSARTIKEL

Wat zijn de gevolgen van de wet bestuur en toezicht rechtspersonen?

Voor de bv en de nv is er een uitgebreide wettelijke regeling met betrekking tot bestuur en toezicht. Voor stichtingen en verenigingen is die heel beperkt. Veel stichtingen en verenigingen hebben een klein bestuur en toezicht ontbreekt vaak. Stichtingen hebben ook geen aandeelhouders of leden die het bestuur kunnen controleren.

Met invoering van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Wbtr) per 1 juli 2021 wordt de wettelijke regeling uitgebreid. Wat betekent dat voor uw organisatie?


14 mei 2021 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Joop Werner, advocaat bij Schaap advocaten en notarissen, www.schaap.eu


Het doel van de Wbtr is in de eerste plaats om de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij stichtingen en verenigingen te verbeteren. Daarnaast zorgen de nieuwe regels ook voor meer duidelijkheid bij stichtingen en verenigingen.

De belangrijkste wijzigingen die met de Wbtr worden doorgevoerd hebben betrekking op de taakvervulling, het toezicht, het stemrecht, ontstentenis en belet, het tegenstrijdig belang, het ontslag van bestuurders en commissarissen, en de aansprakelijkheid.

Statutaire bepalingen van uw organisatie die in strijd zijn met de Wbtr, zijn vanaf 1 juli 2021 niet meer geldig, of komen later te vervallen. Het is dus niet altijd nodig om direct de statuten van uw organisatie aan te passen. De belangrijkste wijzigingen uit de Wbtr komen hierna aan bod.

Belang van de rechtspersoon

In de nieuwe wet komt uitdrukkelijk te staan dat bestuurders en commissarissen van stichtingen en verenigingen zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming of organisatie. Dit is met name relevant voor de nieuwe bepalingen over tegenstrijdig belang en aansprakelijkheid uit de Wbtr, waarover hierna meer.

Raad van commissarissen

Het was bij stichtingen en verenigingen al mogelijk om een raad van commissarissen in te stellen, of om binnen het bestuur sommige bestuurders uitvoerende taken te geven en andere bestuurders toezichthoudende taken (in een zogenoemde ‘one-tier board’).

Deze mogelijkheden worden met de invoering van de Wbtr nu ook wettelijk vastgelegd. Het is wel ‘of, of’. Uw organisatie kan geen raad van commissarissen instellen naast een one-tier board.

Nooit meer stemmen dan de rest van de bestuurders

Stemrecht opnemen in statuten

In de statuten van uw stichting of vereniging kunt u opnemen dat bepaalde bestuurders en commissarissen meer stemrechten kunnen uitoefenen dan anderen. Die bestuurders en commissaris-sen kunt u aanduiden met hun naam of met hun functie. Het maximale aantal stemmen dat één bestuurder of commissaris kan uitoefenen, wordt door de Wbtr echter beperkt.

Na invoering van de Wbtr mag een bestuurder of commissaris van uw stichting of vereniging nooit méér stemmen uitbrengen dan de rest van de bestuurders of commissarissen samen. Dit betekent dat een bestuurder of commissaris het recht kan krijgen om besluitvorming te blokkeren (een zogenoemd ‘vetorecht’), maar niet om er zonder andere bestuurders of commissarissen besluiten doorheen te drukken.

Kritische blik op de huidige statuten van uw organisatie

De Wbtr verplicht stichtingen en verenigingen niet om hun statuten direct aan te passen. Een regeling in de statuten die aan een bestuurder of commissarissen meer stemrechten toekent dan op grond van de Wbtr is toegestaan, vervalt bij de eerstvolgende statutenwijziging, maar uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van de Wbtr.

Verwarring
Als er in de statuten nog geen regeling is voor ontstentenis of belet, moet die bij de eerstvolgende statutenwijziging worden opgenomen. Tegenstrijdig belangregelingen die in strijd zijn met de Wbtr, zijn vanaf 1 juli 2021 echter direct niet meer geldig. Dit heeft geen gevolgen voor de rest van de statuten, maar betekent wel dat wat in de statuten staat dan niet meer klopt.

Dat kan tot verwarring leiden als er een tegenstrijdig belang is en u besluiten moet nemen, of als de stichting of vereniging vertegenwoordigd moet worden. Hoewel de Wbtr niet verplicht om de statuten aan te passen, is dat dus wel verstandig als de statuten nu niet met de Wbtr in lijn zijn.

Bevoegdheden uitoefenen

Na invoering van de Wbtr moeten de statuten een regeling bevatten voor het geval er geen bestuurders of commissarissen in functie zijn (‘ontstentenis’), of geen van de bestuurders of commissarissen in staat is om zijn functie uit te voeren, bijvoorbeeld door ziekte (‘belet’). In de statuten moet voor die gevallen geregeld zijn wie de bevoegdheden van het bestuur of de raad van commissarissen dan kan of kunnen uitoefenen.

Tegenstrijdig belang

De Wbtr bepaalt dat de statuten een regeling moeten bevatten, die regelt dat bestuurders en commissarissen bij een tegenstrijdig belang mogen deelnemen aan de besluitvorming (een besluitvormingsregeling). Die regeling moet voor een stichting inhouden dat een bestuurder niet mee mag doen aan de besluitvorming als hij een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is aan het belang van de stichting.

Als uw stichting daardoor geen besluit kan nemen, moet de raad van commissarissen een besluit nemen. Is die er niet, dan neemt het bestuur het besluit, maar moet het bestuur de overwegingen schriftelijk vastleggen, tenzij in de statuten iets anders is bepaald.

Als een commissaris een tegenstrijdig belang heeft, mag hij ook niet deelnemen aan de besluitvorming. Heeft dat tot gevolg dat uw stichting geen besluit kan nemen, dan neemt de raad van commissarissen het besluit, met schriftelijke vastlegging van de overwegingen, ook dit tenzij de statuten anders bepalen.

Huidige regeling voor tegenstrijdig belang

Tegenstrijdigbelangregelingen in de statuten van stichtingen en verenigingen gaan over het algemeen over de vraag wie de rechtspersoon mag vertegenwoordigen (vertegenwoordigingsregelingen). Voor de vereniging bepaalt de wet nu nog dat als een bestuurder een belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging, de algemene vergadering iemand anders kan aanwijzen om in dat geval de vereniging te vertegenwoordigen. Voor stichtingen is op dit moment geen regeling in de wet opgenomen voor een tegenstrijdig belang.

Algemene vergadering besluit

Voor de vereniging luidt de regeling in de Wbtr ongeveer hetzelfde. Als de vereniging geen raad van commissarissen heeft, dan komt de besluitvorming bij een tegenstrijdig belang in het bestuur echter niet bij het bestuur terug, maar moet de algemene vergadering een besluit nemen, tenzij de statuten anders bepalen. Ook bij een tegenstrijdig belang in de raad van commissarissen van een vereniging gaat de besluitvorming naar de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.

Bestuurders van een rechtspersoon zijn verplicht om hun taak behoorlijk te vervullen

Ontslag bestuurder of commissaris

De rechtbank krijgt met de Wbtr een aantal extra gronden voor ontslag van een bestuurder of commissaris van een stichting. Op grond van de nu geldende wettelijke regeling kan de rechtbank een bestuurder of commissaris op verzoek van een belanghebbende of het Openbaar Ministerie ontslaan op grond van handelen in strijd met de wet of de statuten, wanbeheer of het niet voldoen aan een bevel om inzicht te geven in de organisatie en financiën van de stichting.

De Wbtr breidt deze gronden verder uit met verwaarlozing van de taak, ingrijpende wijziging van omstandigheden en andere gewichtige redenen voor ontslag. Daarnaast zijn bestuurders van een rechtspersoon, dus ook van een stichting of vereniging, op grond van de huidige wet al verplicht om hun taak behoorlijk te vervullen. Als zij daar ernstig in tekortschieten, zijn ze aansprakelijk voor de schade die de stichting of vereniging daardoor lijdt.

Aansprakelijkheid bestuurders

Er geldt een aparte regeling voor bestuurders van stichtingen die Vpb-plichtig zijn en van verenigingen die bij notariële akte zijn opgericht en die Vpb-plichtig zijn. De curator kan deze organisaties in faillissement aanspreken voor het hele tekort in de faillissementsboedel als zij hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Als niet is voldaan aan de boekhoudverplichtingen of deponeringsverplichtingen, staat op grond van de wet ‘kennelijk onbehoorlijke taakvervulling’ vast, en gaat de rechter ervan uit dat dat ook een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Met invoering van de Wbtr gaat deze regeling voor alle stichtingen en verenigingen gelden, dus ook voor niet-commerciële stichtingen en informele verenigingen.