2020: thuiswerker had amper persoonlijk contact voor het werk

Werkgerelateerd persoonlijk contact was in 2020 door de coronapandemie voor ruim 20% van de werknemers een ver-van-mijn-bed-show. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2019. Wel hadden zij regelmatig telefonisch of digitaal contact. Dit meldt het CBS.

20 april 2021 | Door redactie

Persoonlijk contact dat met het werk te maken had, was eind 2020 voor een grote groep werknemers geheel of vrijwel gedaald tot het nulpunt. Volgens het CBS had 22% van alle werknemers niet of nauwelijks meer dit soort fysiek contact. Zij zagen op werkgebied maximaal éénmaal per dag iemand ‘in het echt’. In het ‘normale’ jaar 2018 gold dit nog voor 10% van alle werknemers. Het is niet verbazingwekkend dat dit extra sterk geldt voor thuiswerkers. Van de werknemers die eind 2020 thuiswerkten, had maar liefst 70% maximaal éénmaal per dag een werkgerelateerd persoonlijk contact. Dit staat overigens los van dagelijks telefonisch of digitaal contact, want dat was voor 90% van de thuiswerkers gebruikelijk.

Onderlinge samenhang blijven bewaken

Deze cijfers bevestigen het beeld dat grote groepen werknemers tijdens de coronapandemie hun werk  grotendeels zonder werkelijk persoonlijk contact moeten uitvoeren. Vooral in de financiële sector, de ICT en het openbaar bestuur speelde dit een rol. Voor werkgevers in dergelijke sectoren is het dus een belangrijke opdracht om de onderlinge samenhang in organisaties te blijven bewaken. Ook de tevredenheid van werknemers (tool) met hun werk kan makkelijker onder druk komen te staan als mensen elkaar niet fysiek kunnen treffen. De resultaten zijn afkomstig uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van CBS en TNO, uitgevoerd in het laatste kwartaal van 2020.

Bijlagen bij dit bericht