Door corona langer zittend achter beeldscherm

Corona heeft er onder een groot deel van de werkende bevolking toe geleid dat er veel meer gezeten wordt dan voorheen. Dit meldt TNO na een speciaal onderzoek naar fysieke belasting ten tijde van corona. Thuiswerken leidt dus bewijsbaar tot minder bewegen.

26 januari 2021 | Door redactie

Sinds het begin van de corona-crisis werkt volgens TNO ongeveer 45% van de werknemers thuis. Het merendeel daarvan doet dat zelfs volledig. Maar dat heeft er ook toe geleid dat zij veel langer achtereen beeldschermwerk doen (tool) en ook meer zijn gaan zitten. Dan is het dus niet verbazingwekkend dat er meer mensen RSI/KANS-achtige klachten ontwikkelen. Ook gewichtstoename en conditieverlies liggen hierdoor op de loer, en op de lange duur kan dit weer leiden tot andere klachten. TNO vergeleek de cijfers uit dit onderzoek met de cijfers uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2019. Het aandeel dagelijks beeldschermwerk langer dan 6 uur steeg van 69,3% naar 87,3%. Het aantal werkuren dat zittend werd doorgebracht, steeg gemiddeld met een kwartier per dag, van 6,55 naar 7,10. Ook het percentage repeterende bewegingen (tool) tijdens het werk verdubbelde bijna: van 19% naar 36,2%.

Dagelijks een uur langer 

Vanuit het oogpunt van gezondheid is het zorgelijk dat mensen ook in hun vrije tijd momenteel meer zitten dan in een periode zonder corona. Zat men in 2019 gemiddeld 3,33 uur per dag als het werk erop zat, in de huidige omstandigheden is dat toegenomen tot 4,20 uur. Alles bij elkaar zitten thuiswerkers dus dagelijks een uur langer dan in de periode vóór de lockdown. Voor veel mensen is dat een kwestie van het vervallen van de reistijd, waardoor ze bijvoorbeeld minder fietsen. Het moeten ondersteunen van schoolgaande kinderen kan er ook toe leiden dat er geen tijd overblijft voor een wandeling. TNO hield het onderzoek onder dezelfde deelnemers als in 2019, zodat de antwoorden goed met elkaar vergeleken kunnen worden.

Bijlagen bij dit bericht