Het oude vertrouwde Nieuwe Werken

Het Nieuwe Werken was eerst nog een verschijnsel dat op veel weerstand stuitte. Vooral leidinggevenden hadden er moeite mee. Hoe konden zij immers controleren of medewerkers zich nog wel voldoende inzetten? Inmiddels heeft Het Nieuwe Werken vertrouwen gewonnen.

6 juni 2014 | Door redactie

Uit de resultaten van de Nationale Enquête Over Het Nieuwe Werken 2014 blijkt dat het vertrouwen in Het Nieuwe Werken toeneemt. Zo vindt 40% van de ondervraagden (2013: 30%) dat controle op de output van medewerkers overbodig is. En 69% (2013: 65%) vertrouwt erop dat collega’s aan het werk zijn als zij niet op kantoor werken. Aan de enquête namen zo’n 4.858 kennisspecialisten en managers deel die werkzaam zijn bij de overheid, in het bedrijfsleven en de sectoren onderwijs, cultuur en welzijn. Andere resultaten uit de enquête zijn:

  • 94% kan de verantwoordelijkheden die bij Het Nieuwe Werken horen aan.
  • 82% vindt dat de manager of leidinggevende volledig kan vertrouwen op de medewerkers.
  • 62% bepaalt nu zelf wanneer en waar hij werkt.
  • 34% werkt één keer per week ergens anders dan op kantoor.

Het Nieuwe Werken heeft invloed op de planning

Ook blijkt uit de enquête dat Het Nieuwe Werken invloed heeft op de planning. Veel medewerkers handelen bijvoorbeeld administratieve zaken thuis af en benutten de tijd op kantoor vooral voor overleg en het contact onderhouden met collega’s.
Ook zijn er een aantal zaken die bij Het Nieuwe Werken nog wat extra aandacht vragen:

  • werk-privébalans;
  • de gewenste resultaten tijdig opleveren;
  • voldoende contactmomenten inbouwen;
  • tijdig om hulp vragen;
  • omgaan met resultaatafspraken;
  • zelf bepalen op welke momenten er gewerkt wordt en wanneer niet.

Past u Het Nieuwe Werken ook toe binnen uw organisatie, bespreek dan eens met uw medewerkers of zij bovenstaande aandachtspunten herkennen. Vraag uw medewerkers wat zij nodig hebben om op deze punten verbeteringen door te voeren en maak duidelijke afspraken over de aanpak.