Overheidsadvies zorgt niet voor recht op thuiswerken

De kantonrechter in Nijmegen wees deze week de eis van een werkneemster om thuis te mogen werken af. Dit recht vloeit niet automatisch voort uit het overheidsadvies. Hiermee is de eerste uitspraak over thuiswerken vanwege het coronavirus een feit.

18 juni 2020 | Door redactie

Een medewerkster van een keukenbedrijf werkte op verzoek van de werkgever vanaf 15 maart 2020 thuis, om de kans op besmetting met het coronavirus te verkleinen. Toen de werkgever alle werknemers op 6 mei opdroeg om weer op de zaak te komen werken, weigerde de werkneemster dit omdat zij vond dat het verzoek van haar werkgever inging tegen het advies van de overheid om thuis te werken. Zij was bang dat haar collega’s zich niet goed aan de regels van ‘social distancing’ zouden houden. De werkgever vond echter dat de werkneemster redelijke opdrachten van de werkgever, zoals het verschijnen op de werkplek, moest opvolgen.

Wet flexibel werken niet van toepassing bij minder dan 10 werknemers

Hierop startte de werkneemster een kort geding. De werkneemster meende dat de werkgever in strijd handelde met goed werkgeverschap, zijn instructiebevoegdheid en de zorgplicht. Zij vroeg de kantonrechter om haar werkgever te veroordelen het thuiswerken toe te staan op grond van artikel 2 van de Wet flexibel werken (tool). Dit artikel regelt dat een werknemer de werkgever kan verzoeken om aanpassing van de arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd. Maar lid 16 van artikel 2 stelt dat dit artikel niet van toepassing is bij een werkgever met minder dan 10 werknemers. Omdat dit het geval was bij het keukenbedrijf, strandde hiermee de primaire eis van de werkneemster.

Wijziging van arbeidsplaats te ingrijpend voor kort geding

Ook eiste de werkneemster een wijziging van haar arbeidsplaats tot 1 september 2020. Een arbeidsplaatswijziging is een ingrijpende wijziging in de arbeidsverhouding. In een kort geding kan geen uitspraak worden gedaan ‘die de rechtstoestand tussen partijen vaststelt’. Daarmee wees de rechter ook deze eis af. Verder kon de werkneemster niet aannemelijk maken dat de werkgever de verplichtingen die voortvloeien uit goed werkgeverschap, de instructiebevoegdheid en de zorgplicht, zou hebben geschonden. De werkgever had vanwege de coronacrisis diverse maatregelen genomen om voor een veilige werkplek te zorgen. Daarnaast stond niet vast dat haar collega’s de coronamaatregelen stelselmatig zouden overtreden.

Werknemers moesten op werkplek aanwezig zijn

De werkgever gaf aan dat het nodig is dat de werknemers aanwezig zijn op de werkplek, zeker in deze economisch spannende tijd. De werknemers moesten pakketten aannemen en bestellingen verwerken en verzenden, daarom waren korte lijnen belangrijk. De rechter stelde dat ‘het zeer algemeen geformuleerde overheidsadvies over zo veel mogelijk thuis werken niet zo ver ingrijpt op deze specifieke rechtsverhouding dat werkneemster daaruit een recht op thuis werken kan putten’.
Rechtbank Gelderland, 16 juni 2020, ECLI (verkort): 2954