Thuiswerken niet voor elke werknemer een succes

Na de coronacrisis zouden veel werknemers enkele dagen per week willen blijven thuiswerken. Maar zeker niet alle werknemers zitten hierop te wachten. Het blijkt dat vooral moeders alle zeilen moeten bijzetten om thuis hun werk te kunnen doen.

23 juli 2021 | Door redactie

Veel organisaties bieden hun werknemers de keuze óf, en zo ja hoeveel, zij na de coronacrisis willen blijven thuiswerken. Dat varieert van één tot meerdere dagen per week, waarbij de voorkeur van de meeste werknemers lijkt uit te gaan naar twee dagen per week thuis en drie dagen op kantoor. Thuiswerken biedt veel voordelen, zoals minder reistijd, minder belasting voor het milieu en meer mogelijkheden om werk en privé te combineren. Toch lijkt niet iedereen daar in gelijke mate van te profiteren, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Vaders vaker eigen werkplek thuis

Uit het rapport 'Thuis of terug naar kantoor' blijkt dat vooral moeders met jonge kinderen meer moeite moeten doen om thuis ongestoord te kunnen werken. Dat komt voor een klein deel doordat zij geen eigen werkruimte hebben: 32% van de moeders met één of meer kinderen onder de 13 jaar heeft een eigen werkplek thuis, terwijl 57% van de vaders over een eigen werkplek kan beschikken. Daarnaast is een mogelijke oorzaak dat moeders een groter deel van de zorg voor kinderen op zich nemen en dat kinderen (daardoor) gewend zijn met een vraag eerder naar hun moeder te gaan dan naar hun vader. 86% van de thuiswerkers gaf aan ongestoord te kunnen werken, ook al had maar vier op de tien een eigen werkruimte.

Beleid voor hybride werken

Omdat thuiswerken (tools) veel voordelen biedt, overweegt de overheid beleid op te stellen voor het bevorderen van thuiswerken. Tot nu toe was dat gericht op het afremmen van de verspreiding van het coronavirus. Beleid om hybride werken (deels thuiswerken en deels op locatie werken) te stimuleren zal gericht moeten zijn op het bieden van keuzemogelijkheden aan werknemers: als mensen zelf kunnen bepalen waar ze werken, en ook op welke uren of dagen ze dat doen, heeft dat een positief effect. Dat geldt zowel voor de werk-privébalans als voor het aantal gezondheidsklachten. Daarnaast hoopt de overheid dat door beleid voor hybride werken de arbeidsparticipatie onder vrouwen met zorgtaken zal toenemen.

Afspraken met huisgenoten

De werkgever kan moeders met jonge kinderen helpen door flexibiliteit te bieden bij het thuiswerken. Leidinggevende en werkneemster moeten duidelijke afspraken (tool) maken over bereikbaarheid, ook voor collega’s. De werkneemster moet dagdelen in de gezamenlijke agenda blokken waarop ze niet gestoord wil worden. Ook vrijheid om zelf de werktijden te bepalen, helpt. Daarnaast moeten werkneemsters zelf ook duidelijke afspraken maken met hun partners en andere huisgenoten, en eventueel (tijdelijk) meer gebruikmaken van kinderopvang als dat kan en als ze dat willen. Werkgevers kunnen hierin ook een rol spelen door opvang te faciliteren.