Transitievergoeding omzeilen is prijzig

Een zieke medewerker in dienst houden om de transitievergoeding te omzeilen, kan heel nadelig voor u uitpakken. Er zijn de nodige risico’s verbonden aan zo’n zogenoemd sluimerend dienstverband.

6 augustus 2015 | Door redactie

Door de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) bent u sinds 1 juli 2015 verplicht een transitievergoeding te betalen aan medewerkers die na 104 weken ziekte uit dienst treden. Veel werkgevers hebben daar echter moeite mee en proberen de transitievergoeding te omzeilen. Werkgevers betalen immers voordat ze de transitievergoeding moeten betalen ook al twee jaar het loon door en investeren in de re-integratie van de zieke werknemer.
Een manier om de transitievergoeding te omzeilen, is om een medewerker na twee jaar ziekte in dienst houden. De medewerker kan dan wel gewoon een WIA-uitkering aanvragen, maar u hoeft geen transitievergoeding te betalen.

Transitievergoeding én dubbele loonkosten

Kiest u voor zo’n constructie, dan moet u er rekening mee houden dat de zieke medewerker na verloop van tijd – als hij weer geheel of gedeeltelijk hersteld is – misschien zijn werk wil hervatten. U moet dan weer loon betalen. Heeft u inmiddels al iemand anders voor de functie aangenomen, dan zit u dus met dubbele loonkosten. Wilt u in dat geval alsnog het dienstverband van de zieke medewerker beëindigen, dan moet u alsnog een transitievergoeding betalen. Deze kan dan inmiddels behoorlijk opgelopen zijn omdat het dienstverband is blijven doorlopen.
Bovendien kan het in dienst houden van een zieke medewerker gevolgen hebben als u het afspiegelingsbeginsel moet toepassen vanwege bedrijfseconomische redenen. Het kan ervoor zorgen dat u een zieke medewerker in dienst moet houden, ten koste van een andere medewerker die op basis van het afspiegelingsbeginsel eerder voor ontslag in aanmerking komt.