De wet biedt geen duidelijkheid over het recht op een transitievergoeding bij een gedeeltelijk ontslag of een vermindering van de arbeidsduur. De afgelopen jaren zijn hierover diverse rechtszaken gevoerd. in dit verdiepingsartikel passeren ze de revue. Welke conclusies zijn hieruit te trekken?
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Sandra Verberk, advocaat bij NewBaze, e-mail: info@newbaze.nl
Een werkgever moet een transitievergoeding betalen aan een werknemer als hij besluit om de arbeidsovereenkomst te beëindigen of niet te verlengen. Het betreffende wetsartikel (artikel 673 van Burgerlijk Wetboek 7) bepaalt niet of zo’n vergoeding ook moet worden betaald bij een vermindering van de arbeidsduur.
In 2018 boog de Hoge Raad zich hierover. In die zaak – die nu bekendstaat als de Kolom-uitspraak – ging het over een hbo-docente die na twee jaar ziekte aangepast werk kreeg aangeboden voor minder uren dan haar oorspronkelijke functie. De collectieve arbeidsovereenkomst (cao) schreef voor dat de werkgever hiervoor het oorspronkelijke dienstverband moest beëindigen, om vervolgens gelijk een nieuw