VERDIEPINGSARTIKEL

Hoe berekent u de transitievergoeding voor en na de WAB?

Met de introductie van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 1 januari 2020 en het vervallen van bepaalde overbruggingsregelingen uit de WWZ, gaan er een hoop zaken veranderen, ook op het gebied van de transitievergoeding. De wijzigingen zal uw organisatie in de portemonnee merken en niet altijd in uw voordeel.


7 augustus 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Niels Koene en Alette de Groot, advocaten arbeidsrecht bij CMS, e-mail: niels.koene@cms-dsb.com, alette.degroot@cms-dsb.com, www.cms.law


Onder het huidige recht heeft een werknemer van wie het dienstverband na ten minste twee jaar op initiatief van de werkgever wordt beëindigd, recht op een transitievergoeding. Dit is alleen anders als er een uitzonderingsgrond geldt, bijvoorbeeld ernstige verwijtbaarheid van de werknemer of het bestaan van een vergelijkbare voorziening in de cao.

Oude hoofdregel

De hoogte van de transitievergoeding hangt af van het brutomaandsalaris (inclusief emolumenten, zoals de vakantiebijslag en vaste eindejaarsuitkering) en van het aantal halve dienstjaren van de werknemer. Daarbij geldt als vuistregel: hoe langer het dienstverband, hoe hoger de vergoeding. De werknemer heeft recht op een zesde van het brutomaandsalaris per half dienstjaar. Als hij langer dan tien jaar in dienst is, krijgt hij na die tien jaar per half dienstjaar een vierde van het maandsalaris. Bovendien hebben vijftigplussers tijdelijk recht op een hogere transitievergoeding en hoeven kleine werkgevers soms minder te betalen.


Nieuwe hoofdregel

De WAB gooit deze regels overhoop: werknemers krijgen per 1 januari 2020 al vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding. Daar staat tegenover dat de regel dat een werknemer voor elk half jaar dienstverband na het tiende dienstjaar een vierde maandsalaris transitievergoeding ontvangt, komt te vervallen. De hoofdregel is per 2020 dat de opbouw voor iedereen een derde maandsalaris voor elk volledig jaar dienstverband is, onafhankelijk van de lengte in dienstjaren. Het resterende gedeelte wordt naar rato berekend. Tot slot verdwijnt de tijdelijk hogere transitievergoeding voor vijftigplussers (een half maandsalaris per half dienstjaar na het tiende dienstjaar), evenals de uitzonderingsmogelijkheden voor kleine werkgevers.

Gevolgen voor kosten bij ontslag

Voor de werkgever zullen de wijzigingen financiële gevolgen hebben. Als uw organisatie bijvoorbeeld veel gebruikmaakt van kortlopende arbeidsovereenkomsten van korter dan twee jaar, resulteren de wijzigingen in meer kosten, omdat straks elke werknemer recht heeft op de transitievergoeding en niet pas na twee jaar dienstverband. Maar de wijzigingen kunnen ook juist financieel voordeel opleveren, bijvoorbeeld als u afscheid neemt van een werknemer die al meer dan tien jaar bij uw organisatie in dienst is. Nu ontvangt deze werknemer zoals gezegd (meestal) een hogere vergoeding. Aangezien deze regel wordt afgeschaft, zal de transitievergoeding beduidend lager uitvallen. Om één en ander wat inzichtelijker te maken, vindt u hieronder een aantal concrete voorbeelden van mogelijke (toekomstige) situaties.

Voorbeeld 1: vijftigplusser

Een 57-jarige werknemer was 25 jaar in dienst met een maandsalaris van € 4.500.

2019

Onder het huidige recht berekent u de transitievergoeding als volgt:

  • Voor de eerste 10 dienstjaren (20 halve jaren): (1/6 × € 4.500) × 20 = € 15.000.
  • Voor de overige jaren tot zijn 50e: (1/4 × € 4.500) × 16 = € 18.000.
  • En voor de jaren vanaf zijn 50e: (1/2 × € 4.500) × 14 = € 31.500.

Dit resulteert voor de werknemer in een transitievergoeding van € 64.500 bruto.

2020

Stel dat deze situatie zich voordoet na invoering van de WAB. Wat geldt er dan? Voor alle 25 dienstjaren: (1/3 × € 4.500) × 25 = € 37.500.

De transitievergoeding bedraagt dan € 37.500 bruto. De wijzigingen in de regels pakken in dit geval dus bijzonder voordelig uit voor u als werkgever.

Voorbeeld 2: kleine werkgever

Onder het huidige recht geldt een uitzondering voor werkgevers die minder dan 25 werknemers in dienst hebben en in financiële nood verkeren. U kunt dan in sommige gevallen gebruikmaken van een overbruggingsregeling. Voor de berekening van de transitievergoeding hoeft u in dat geval geen rekening te houden met de dienstjaren van de werknemer die vóór 1 mei 2013 liggen. Ook geldt er een andere uitzonderingsregel die inhoudt dat kleine werkgevers met minder dan 25 werknemers geen rekening hoeven te houden met de in voorbeeld 1 toegepaste rekenregels voor vijftigplussers.
Ook in dit voorbeeld wordt uitgegaan van de werknemer van 57 jaar oud die 25 jaar in dienst is geweest tegen een maandsalaris van € 4.500. Het verschil met voorbeeld 1 is dat de werknemer bij een werkgever met 10 werknemers werkt. Deze werkgever verkeert in financiële nood en ontslaat de werknemer wegens bedrijfseconomische redenen. De arbeidsovereenkomst eindigt per 1 mei.

2019

Onder het huidige recht bestaat de berekening van de transitievergoeding met toepassing van de genoemde uitzonderingen uit de volgende onderdelen:

  • Voor de dienstjaren tot 1 mei 2013: géén transitievergoeding.
  • Voor de overige dienstjaren tot 1 mei 2019 (12 halve dienstjaren):
    (1/6 × € 4.500) × 12 = € 9.000.

De transitievergoeding is dus beperkt tot een bedrag van € 9.000 bruto.

2020

Stel dat deze situatie zich voordoet na invoering van de WAB en de werknemer bijvoorbeeld op 1 mei 2020 uit dienst treedt, ook met een dienstverband van 25 jaar. In dat geval geldt het volgende:

Voor alle 25 dienstjaren: (1/3 × € 4.500) × 25 = € 37.500.

Zoals u kunt zien, is deze transitievergoeding gelijk aan de transitievergoeding onder de WAB bij voorbeeld 1; er is geen enkel onderscheid meer tussen grote en kleine werkgevers. Anders dan in voorbeeld 1, pakken de wijzigingen van de rekenregels in dit geval zeer nadelig uit voor u als werkgever. Immers, het gaat om een transitievergoeding van € 9.000 bruto onder het huidige recht, tegenover € 37.500 bruto onder de WAB!

Voorbeeld 3: tijdelijke werknemer en berekening naar rato

In deze casus gaat het om een tijdelijke werknemer met een maandsalaris van € 2.500, die na een dienstverband van 1 jaar en 10 maanden moet vertrekken.

2019

Onder het huidige recht maakt de werknemer geen aanspraak op een vergoeding, want hij is geen twee jaar in dienst.

2020

Met de invoering van de WAB zal de werknemer daarentegen wel degelijk aanspraak maken op de transitievergoeding:

  • Voor het eerste jaar van het dienstverband: (1/3 × € 2.500) × 1 = € 833,33.
  • Voor de overige 10 maanden van het dienstverband:
    (€ 2.500 × 1/3) = € 833,33 / 12 = € 69,44 per maand, 
    dus € 69,44 × 10 maanden = € 694,40.

Uw organisatie moet een transitievergoeding betalen van € 1.527,73 bruto. Geen hoog bedrag, maar als u met veel tijdelijke werknemers werkt, lopen de kosten toch op. Wat verder in de berekening opvalt, is dat u de transitievergoeding moet betalen over het gehele dienstverband. Nu geldt nog dat u in de berekening uit moet gaan van volledig gewerkte halve dienstjaren. Voor een werknemer die bijvoorbeeld na 3 jaar en 10 maanden (7 volledige halve dienstjaren) vertrekt, betaalt u over de laatste 4 maanden geen transitievergoeding. Daar komt onder de WAB een einde aan.