Het verschil: uitgeleend en ingeleend volgens de WOR

De beroepsbevolking bestaat uit een steeds groter wordende groep flexwerkers. Of uw organisatie werknemer uitleent of inleent heeft invloed op de medezeggenschapsrechten die ze hebben.

19 januari 2018 | Door redactie

Artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraad (WOR) geeft een heldere omschrijving van verschillende begrippen waarmee de OR te maken krijgt, waaronder het begrip werknemer. In lid 3 zijn de begrippen uitgeleende en ingeleende werknemer uitgelicht. Voor de OR is het belangrijk de verschillen te kennen vanwege de verschillende medezeggenschapsrechten die deze werknemers hebben.

Inlenen of uitlenen maakt verschil voor rechten

Uitgeleende werknemer: is een werknemer uitgeleend door uw organisatie, dan heeft hij ondanks dat hij zijn feitelijk werkzaamheden uitvoert in een andere onderneming medezeggenschapsrechten (actief en passief kiesrecht) in uw eigen organisatie.
Ingeleende werknemer: is een werknemer ingeleend door uw organisatie, dan heeft hij vanaf het moment dat hij 24 maanden werkzaam is in het kader van de werkzaamheden van uw organisatie medezeggenschapsrechten (actief en passief kiesrecht) in uw onderneming. Deze ingeleende werknemers tellen dan ook mee voor de bepaling van het aantal werknemers dat de instelling van een OR door de ondernemer verplicht stelt (bij 50 werknemers). 

UITGELEENDE WERKNEMER: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst bij de eigen organisatie werkzaamheden uitvoert bij een andere organisatie. Denk aan gedetacheerden of uitzendkrachten.

INGELEENDE WERKNEMER: persoon die een arbeidsovereenkomst of aanstelling heeft bij een andere organisatie, maar feitelijk werkzaamheden voor uw eigen organisatie verricht.