Inlenersbeloning Uitzendcao per 30 maart 2015

De CAO voor Uitzendkrachten is onlangs algemeen verbindend verklaard door minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). In die cao zijn onder andere de inlenersbeloning en de bepalingen uit de Wet werk en zekerheid opgenomen. Door de inlenersbeloning hebben uitzendkrachten per 30 maart 2015 recht op hetzelfde loon als een vergelijkbare werknemer in de organisatie.

25 maart 2015 | Door redactie

Vorig jaar bereikte de Algemene Bond voor Uitzendondernemingen (ABU) overeenstemming met de vakbonden over de wijzigingen in de CAO voor Uitzendkrachten. Nu minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze cao algemeen verbindend heeft verklaard, geldt de cao voor alle uitzendbureaus en uitzendkrachten die vallen onder de werkingssfeer van de zogenoemde ABU-cao. 

Uitzendkracht recht op zelfde salaris als werknemer

Een belangrijke bepaling in de CAO voor Uitzendkrachten is dat uitzendkrachten vanaf 30 maart 2015 recht hebben op de inlenersbeloning. Dit betekent dat zij vanaf de eerste dag dat zij bij een werkgever (inlener) aan de slag gaan hetzelfde salaris moeten krijgen als werknemers die in een vergelijkbare functie bij de organisatie in dienst zijn. Mogelijk moet de werkgever hierdoor een hoger tarief betalen aan het uitzendbureau.
Er blijft wel een apart loongebouw bestaan voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (zoals langdurig werklozen). Ook voor uitzendkrachten die een vast contract hebben met het uitzendbureau geldt nog steeds een apart loongebouw.

Wet werk en zekerheid verwerkt in CAO voor Uitzendkrachten

In de CAO voor Uitzendkrachten zijn ook de bepalingen uit de Wet werk en zekerheid verwerkt. Een uitzendkracht die onder deze cao valt, kan per 1 juli 2015 nog maximaal zes tijdelijke contracten of tijdelijke contracten in een periode van maximaal vier jaar (wat eerder komt) krijgen voordat hij recht heeft op een vast contract met het uitzendbureau.