Straks één cao voor alle uitzendkrachten?

Er zijn plannen om de ABU-cao en de NBBU-cao samen te voegen. Er zou dan nog maar één cao gelden voor alle uitzendkrachten. Werkgevers hebben in dat geval altijd met dezelfde regels te maken.

6 december 2016 | Door redactie

Op dit moment zijn er twee cao’s voor uitzendkrachten: zij kunnen onder de ABU-cao vallen of onder de NBBU-cao. Het grootste deel van de uitzendkrachten valt onder de ABU-cao. Voor de ABU-cao geldt een algemeenverbindendverklaring, waardoor de regels uit deze cao ook gelden voor uitzendbureaus die geen lid zijn van de Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU) of de Nederlandse Bond van Bemiddelaars en Uitzendondernemingen (NBBU). De opzet van de ABU-cao en de NBBU-cao gaat mogelijk veranderen.

Kleine verschillen tussen ABU-cao en NBBU-cao

De verschillen tussen de ABU-cao en de NBBU-cao zijn de afgelopen jaren kleiner geworden. Zo is in de Wet werk en zekerheid geregeld dat het uitzendbeding – waarmee de opdracht met een uitzendkracht op elk moment kan worden beëindigd– maximaal 78 weken van toepassing mag zijn. In de ABU-cao werd deze termijn al aangehouden, maar in de NBBU-cao gold voor het uitzendbeding voorheen nog een termijn van maximaal 130 weken. Daarnaast is in beide cao’s inmiddels geregeld dat uitzendkrachten vanaf de eerste dag dat zij bij een organisatie werken recht hebben op de inlenersbeloning.

Dezelfde regels voor alle uitzendkrachten

Vanwege de kleinere verschillen zijn de partijen met elkaar in gesprek om samen tot één cao voor uitzendkrachten te komen. Dit zou betekenen dat voor alle uitzendkrachten straks dezelfde regels gelden. De partijen hopen in 2017 hierover een akkoord te bereiken.