Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in de cao voor uitzendkrachten?

7 januari 2020

Op 30 december 2019 is de geharmoniseerde cao voor uitzendkrachten 2019-2021 in werking getreden. Wat is het gevolg van de harmonisering en wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Door de harmonisering hebben alle uitzendkrachten recht op hetzelfde pakket aan arbeidsvoorwaarden. In de nieuwe cao zijn een aantal wijzigingen opgenomen. De belangrijkste zijn: 

Inlenersbeloning: gelijk loon voor gelijk werk

De inlenersbeloning is van toepassing op alle uitzendkrachten. Uitzendkrachten hebben recht op dezelfde toeslagen voor fysiek en zwaar werk als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de inlener. Ook hebben uitzendkrachten recht op vergoeding van werkgebonden reisuren, als de werknemers van de inlener die vergoeding ook krijgen. De werkervaring die een uitzendkracht opdoet bij verschillende opdrachtgevers in (nagenoeg) dezelfde functie, telt mee bij de toekenning van een periodieke verhoging. 

Snellere opbouw van rechten

Uitzendkrachten bouwen sneller rechten op in de verschillende fases van uitzending. In fase A/1-2 (ABU/NBBU) geldt een minimale contractduur van 4 weken voor:

  • opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd; 
  • zonder uitzendbeding;
  • bij dezelfde uitzendonderneming;
  • voor dezelfde opdrachtgever.

Repeterende dag- en weekcontracten zijn niet meer mogelijk.

Payrolling

Payrolling valt niet onder de werkingssfeer van de cao voor uitzendkrachten.

Pensioen

De cao-partijen zijn een nieuwe pensioenregeling overeengekomen, uitgevoerd door de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP).

Looptijd

De geharmoniseerde cao loopt tot 31 mei 2021.