CNV: 1 op 5 werkenden krijgt dit jaar geen vakantiegeld

Ongeveer 1 op de 5 werknemers krijgt dit jaar geen vakantiegeld, blijkt uit onderzoek van vakbond CNV onder 3.500 werkenden. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. De ondernemingsraad (OR) kan met de bestuurder meedenken over een goede oplossing.

19 mei 2021 | Door redactie

In het CNV-onderzoek (pdf), uitgevoerd door Maurice de Hond, gaf 19% van de 3.500 ondervraagden aan dat zij dit jaar geen vakantiegeld krijgen. Dit zou betekenen dat zo’n 1,7 miljoen werkenden in Nederland het dit jaar zonder vakantiegeld moeten doen. Dat is een forse stijging ten opzichte van vorig jaar. In 2020 kreeg namelijk 8% van de werkenden geen vakantiegeld. Met name bij sectoren die het zwaarst getroffen zijn door de coronacrisis schiet de uitbetaling van de vakantiegeld er dit jaar bij in, zoals in de evenementensector (70%), horeca en toerisme (25%), ICT (21%) en retail (19%).

Vakantiegeld is wettelijk recht

Werknemers hebben op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) jaarlijks recht op vakantiebijslag (ook wel: vakantiegeld of vakantietoeslag). Deze bedraagt minimaal 8% van het brutojaarloon en moet uiterlijk in juni uitbetaald zijn, tenzij anders is vastgelegd in bijvoorbeeld de cao of arbeidsvoorwaardenregeling (avr). Veel ondernemers krijgen coronasteun van de overheid om de salarissen, en dus ook het vakantiegeld, uit te betalen. Een werkgever kan dus niet vanwege de coronacrisis op eigen houtje het vakantiegeld uitstellen of niet uitbetalen.

OR kan alternatieve oplossingen aandragen

De OR kan met de bestuurder meedenken over mogelijke oplossingen als de organisatie geen middelen heeft om het vakantiegeld uit te betalen. De OR heeft immers de taak om een goede naleving van de arbeidsvoorwaarden te stimuleren (artikel 28, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden). De bestuurder kan werknemers individueel vragen of zij akkoord gaan met een latere uitbetaling of spreiding van het vakantiegeld (vooropgesteld dat dit kan op basis van de cao of avr). Als hij dit verzoek goed kan onderbouwen, is de kans groot dat werknemers hiermee akkoord zullen gaan. Goede communicatie is in zo’n situatie van groot belang. Werknemers moeten weten wat de gevolgen zijn als zij hier wel of niet mee instemmen en bij wie zij terecht kunnen met vragen. Zo leidt vakantiegeld inleveren tot een lagere WW-uitkering bij een eventueel ontslag. Weigeren werknemers mee te werken, dan moet de bestuurder het vakantiegeld koste wat het kost uitbetalen. In het ergste geval kan dit leiden tot een faillissement (tool).

Wat als werknemer niet instemt met uitgestelde of gespreide uitbetaling?

Als de organisatie in zwaar weer verkeert, behartigt de OR de belangen van zowel de achterban als die van de organisatie. De OR doet er dus goed aan om ideeën aan te dragen hoe de bestuurder geld vrij kan maken voor uitbetaling van het vakantiegeld. Zijn er meer subsidiemogelijkheden, is het tijdelijk stopzetten van bonusuitkeringen een optie of kan de organisatie op een andere manier kosten besparen? Denk bijvoorbeeld aan het tijdelijk opschorten van leasecontracten of secundaire arbeidsvoorwaarden. Voor werknemers die meer dan driemaal het minimumloon verdienen (€ 5.054,80 bruto per maand), is de bestuurder overigens niet verplicht om over het meerdere vakantiebijslag te betalen. Ook mag hij voor deze werknemers de betaling van het vakantiegeld deels of zelfs volledig uitsluiten, op voorwaarde dat zij hier schriftelijk mee hebben ingestemd.