Minder vakantiegeld voor meeste werknemers

Dit jaar kunnen de meeste werknemers minder vakantiegeld verwachten dan vorig jaar, door een verandering in de afbouw van de arbeidskorting. Werknemers met een minimuminkomen of parttime inkomen tot aan het minimumloon gaan er juist iets op vooruit.

12 mei 2021 | Door redactie

De meeste werknemers ontvangen in 2021 minder vakantiegeld (officieel vakantiebijslag genoemd) dan in 2020. Dat blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP. De daling is een gevolg van een verandering in de afbouw van de arbeidskorting. Werknemers met een modaal inkomen (€ 2.816 per maand) gaan er daardoor een paar euro op achteruit. Werknemers met drie keer modaal inkomen gaan er met € 487 het meest op achteruit. Deze laatste groep moet door de verandering in de afbouw van de arbeidskorting 6% meer belasting betalen over het vakantiegeld in vergelijking met 2020. En hoewel ze door deze wijziging dit jaar € 37 per maand meer salaris ontvangen, wordt deze meevaller compleet tenietgedaan door de vermindering van het vakantiegeld.

Iets meer vakantiegeld voor werknemers met een minimumloon

Verder krijgen werknemers met een minimuminkomen of parttime inkomen tot aan het minimumloon (€ 1.685 per maand) juist ongeveer € 15 euro meer. Uit de cijfers van ADP blijken verder de volgende veranderingen:

  • Een werknemer die anderhalf keer modaal verdient (€ 4.225 per maand), ontvangt € 2,43 minder vakantiegeld.
  • Een werknemer die twee keer (€ 5.633 per maand) of 2,5 keer (€ 7.041 per maand) modaal verdient, krijgt dit jaar evenveel vakantiegeld als in 2020.
  • Een werknemer die drie keer modaal verdient (€ 8.449 per maand), krijgt € 487 minder vakantiegeld.

 Voor een werkgever die het moeilijk heeft door de coronacrisis, kan het lastig zijn om geld vrij te maken voor de betaling van het vakantiegeld in mei of juni. Hij mag echter niet zomaar eenzijdig besluiten om het vakantiegeld te spreiden, uit te stellen of niet te betalen.