Grenzen aan negatief vakantiesaldo

Een werkgever hoeft niet tot in het oneindige door te blijven gaan met het toestaan dat een werknemer vrije dagen opneemt, terwijl hij helemaal geen vrije dagen meer heeft. Tot op zekere hoogte kan een werknemer deze dagen natuurlijk later nog wel verrekenen. Maar als een werknemer het te gortig maakt, kunt u maatregelen nemen.

30 november 2010 | Door redactie

Een werknemer moet zich redelijk gedragen ten opzichte van zijn werkgever. Dat blijkt ook weer uit de volgende rechtszaak bij de kantonrechter in Almelo. Een vrouw had door privéomstandigheden een behoorlijk negatief vakantiesaldo opgebouwd. Op een morgen bleek dat haar zoontje ziek uit de crèche moest worden opgehaald. Ze deed dat en kwam niet meer terug op haar werk. Later deelde ze mee dat ze voor die dag zorgverlof wilde hebben. Haar werkgever weigerde dit. Bovendien nam de vrouw later nog twee dagen vakantie op voor haar kinderen. De werkgever maakte hier onbetaald verlof van, wegens een gebrek aan vakantiedagen. Het conflict over deze zaken leidde ertoe dat de vrouw zich ziek meldde.

Mediation hielp niet

Ook na de afspraak dat ze zich weer beter zou melden, verscheen de vrouw niet op haar werk. Uiteindelijk tekende de vrouw een beëindigingsovereenkomst. Daar kwam ze enkele weken later echter op terug, omdat er geen vergoeding in was afgesproken. De daarna door de werkgever voorgestelde mediation hielp niets. De vrouw stapte naar de kantonrechter met een ontbindingsverzoek waarin ze vroeg om een royale ontslagvergoeding.

Ontbinding zonder ontslagvergoeding

De kantonrechter wilde echter niets weten van een ontslagvergoeding. Volgens hem wist de vrouw “drommels goed” dat ze een negatief vakantiesaldo had en dat ze niet door kon blijven gaan met het opnemen van vakantiedagen. De werkgever had zich constructief opgesteld, tot mediation aan toe. Maar de vrouw bleef voet bij stuk houden en wilde niet inbinden. De rechter vond dit “werkelijk onvoorstelbaar” en de vrouw kreeg dus geen vergoeding toegekend.
Kantonrechter Almelo, 23 november 2010, LJN: BO4952