Op vakantie kunt u ook zakelijke ritten maken

Een auto van de zaak gebruiken voor een zakelijke rit vanaf een vakantieadres naar een zakenrelatie is niet aan te merken als privé. Dat oordeelde het Gerechtshof Den Haag onlangs. De opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting vanwege de bijtelling was dan ook onterecht volgens het gerechtshof.

8 februari 2013 | Door redactie

De directeur-grootaandeelhouder (dga) in deze zaak beschikte over een auto van de zaak.  Begin 2008 had de dga hiervoor een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ ingediend bij de Belastingdienst. De dga mocht de bijtelling hierdoor achterwege laten, hij gebruikte de auto namelijk alleen voor zakelijke ritten. De verklaring gold voor onbepaalde duur. De dga werd tijdens zijn vakantie gebeld door een zakenrelatie om af te spreken voor contractonderhandelingen. Omdat de dga zijn auto van de zaak niet tot zijn beschikking had, vroeg hij een vriend om deze naar het vakantieadres te rijden. De dga reed vervolgens naar huis om een pak aan te trekken, waarna hij naar de zakelijke afspraak reed om na afloop weer met de auto terug naar zijn vakantieadres te rijden. 

Ritten toch als zakelijk aangemerkt

De inspecteur was van mening dat al deze ritten privé waren, waardoor de dga uiteindelijk in 2009 meer dan 500 kilometer privé had gereden en dus bijtelling moest betalen. Daarnaast legde de inspecteur hem een naheffingsaanslag en een boete op. De dga ging hierop in hoger beroep, waarna het gerechtshof de ritten beoordeelde als zakelijke ritten. De dga had deze ritten immers gemaakt vanwege de afspraak met een zakenrelatie. Daardoor bleef het aantal privékilometers van dat jaar steken onder de grens van 500 kilometer. Het gerechtshof vernietigde dan ook de naheffingsaanslag en de boete. 
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 28 november 2012, LJN: BZ0320