Overheid gaat in de fout bij vakantiewet

De Hoge Raad heeft bepaald dat de Nederlandse Staat de vakantiewet eerder had moeten aanpassen aan de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. Werknemers die hierdoor vakantiedagen zijn misgelopen, kunnen nu alsnog aanspraak maken op uitbetaling van deze dagen.

28 september 2015 | Door redactie

Op dit moment bouwen arbeidsongeschikte werknemers evenveel vakantiedagen op als gezonde werknemers. Vóór 1 januari 2012 was dit niet het geval. Arbeidsongeschikte werknemers bouwden toen alleen vakantiedagen op over het laatste halfjaar van hun ziekte. Dit was in strijd met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn die stelt dat elke werknemer jaarlijks recht heeft op minimaal vier weken vakantie (bij een voltijd dienstverband) met behoud van loon. 

Benadeelde werknemers kunnen bij de Staat aankloppen

Eerder kon u in het nieuwsartikel ‘Staat aanklagen voor misgelopen vakantiedagen’ lezen dat de kantonrechter het oordeel uitsprak dat de Nederlandse Staat de Europese richtlijn al in 2006 had moeten verwerken in de wet. Werknemers die sinds 2006 na een periode van langdurig ziekteverzuim zijn ontslagen, zouden daarom alsnog uitbetaling van misgelopen vakantiedagen kunnen opeisen bij de Nederlandse staat.

Gerechtshof en Hoge Raad volgen kantonrechter

Voormalig minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep. Afgelopen week werd echter duidelijk dat zowel het gerechtshof als de Hoge Raad de uitspraak van de kantonrechter volgen. Naar aanleiding van deze uitspraak hebben tot nu toe ongeveer 1.300 mensen een schadeclaim ingediend bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het ministerie meldt binnen een maand hoe deze claims worden afgehandeld.
Hoge Raad, 18 september 2015, ECLI (verkort): 2722