Rekenen met vakantie-uren voorkomt gedoe

Het is raadzaam om vakantiedagen in de arbeidsovereenkomst vast te leggen in uren in plaats van dagen. Op die manier kan nooit onduidelijkheid ontstaan bij werknemers die geen werkdagen van standaard 8 uur maken, maar structureel langere of kortere werkdagen aanhouden.

31 augustus 2020 | Door redactie

Een werkgever is verplicht om de werknemer ieder jaar in de gelegenheid te stellen om minimaal de wettelijke vakantierechten op te nemen. Dat is 4 maal het aantal uren dat de werknemer per week werkt. Een werknemer die 36 uur per week werkt, heeft dus recht op minimaal 4 × 36 = 144 vakantie-uren per jaar. In veel ondernemingen wordt dit saldo teruggerekend naar dagen door het te delen door 8. Dat is immers de standaardduur van een werkdag. Meestal geven cao’s of werkgevers er nog een aantal extra (dus bovenwettelijke) vakantiedagen bij.

4 werkdagen van 9 uur

Door in de arbeidsovereenkomst op te nemen dat de werknemer die 36 uur werkt recht heeft op 18 vakantiedagen per kalenderjaar, werkt de werkgever echter verwarring in de hand. Het kan immers zo zijn dat de betreffende werknemer zijn 36 uur verdeelt over 4 werkdagen van 9 uur. Als de werkgever hem 18 vakantiedagen toekent, kan de werknemer menen dat hij op jaarbasis recht heeft op 18 × 9 = 162 uur vakantie. Te veel dus. Het boeken van vakantierechten in uren in plaats van dagen, voorkomt dit probleem.

Recht op opname in (snipper)uren

Werknemers hebben bovendien het recht om hun vakantiedagen in uren op te nemen. Dit geldt overigens alleen voor de vakantiedagen die ze over hebben na aftrek van een minimum van 2 weken lang vakantie of 2 maal een vakantie van een week. Een werknemer die een half jaar lang elke dinsdag om half 3 wil stoppen met werken om de kinderen uit school te halen en daarvoor 3 vakantie-uren opneemt, staat in zijn recht. Alleen als er in de onderneming zwaarwegende belangen zijn die rechtvaardigen dat de werkgever hier bezwaar tegen maakt, kan hij zo’n verzoek weigeren.

Bijlagen bij dit bericht