Staat aanklagen voor misgelopen vakantiedagen

Volgens de Europese richtlijn heeft elke werknemer recht op minimaal vier weken vakantie (bij een voltijd dienstverband) met behoud van loon. Deze richtlijn was nog niet opgenomen in de Nederlandse wetgeving. Daarom spande een werknemer een rechtszaak aan tegen de Nederlandse Staat om alsnog uitbetaling van zijn vakantiedagen te eisen. De werknemer bouwde volgens de oude wetgeving alleen vakantiedagen op over het laatste half jaar van zijn ziekte.

5 april 2012 | Door redactie

De werknemer raakte in 2007 arbeidsongeschikt. Op dat moment gold de oude vakantiewetgeving nog, waardoor de werknemer alleen vakantiedagen opbouwde over het laatste half jaar van zijn arbeidsongeschiktheid. In 2009 werd met toestemming van CWI de arbeidsovereenkomst beëindigd. De werknemer had in die twee jaar veertig wettelijke vakantiedagen opgebouwd, maar kreeg slechts 12,5 vakantiedagen uitbetaald. De werkgever had de wet gevolgd, maar daarin was de Europese richtlijn nog niet verwerkt. In deze richtlijn – die sinds augustus 2004 van kracht is – staat namelijk dat elke werknemer jaarlijks recht heeft op minimaal twintig dagen vakantie (bij een voltijd dienstverband) met behoud van loon.

Minister Kamp gaat in hoger beroep

De rechter oordeelde dat de Nederlandse Staat de vakantiewetgeving te laat had aangepast aan de Europese richtlijn. Nederland had deze richtlijn namelijk uiterlijk twee jaar nadat zij van kracht was, in 2006 dus, moeten verwerken in de wet. Naar aanleiding van deze uitspraak kunnen mogelijk ook andere werknemers die sinds 2006 na een periode van ziekteverzuim zijn ontslagen van de Nederlandse Staat eisen dat deze alsnog de resterende vakantiedagen uitbetaalt.
Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is het er echter niet mee eens dat de Staat deze vakantiedagen alsnog zou moeten uitbetalen en gaat dan ook in hoger beroep. Volgens de minister zijn er sinds de invoering van de richtlijn veel interpretatieverschillen geweest. Pas in 2009 heeft het Europese Hof opheldering verschaft. Daarna kon Nederland pas aan de slag met de nieuwe vakantiewetgeving.
Kantonrechter Den Haag, 6 februari 2012, LJN: BV7318