Werknemers hebben geen recht op uitbetaling van adv-dagen

25 juni 2024 | Door redactie

Werknemers die recht hebben op adv-dagen (arbeidsduurverkorting), hebben meestal geen recht op uitbetaling als ze hun opgespaarde adv-uren niet opnemen. In principe moet een werknemer deze dagen opnemen in het jaar waarin ze zijn opgebouwd.

Een werknemer die iedere week een vast aantal uren meer werkt dan de afgesproken arbeidsduur bouwt adv-uren op, als dit zo in een arbeidsovereenkomst, personeelsregeling of cao is afgesproken. Hij spaart die uren op, om ze later op te nemen voor een kortere werkweek. 

Geen wettelijke regeling adv-uren

Het recht op adv-dagen is niet in de wet geregeld. De afspraken hierover staan meestal in de cao of anders in de personeelsregeling of arbeidsovereenkomst. In de afspraak staat dan ook binnen welke termijn de werknemer de adv-uren moet opmaken. Adv-uren die de werknemer niet binnen die termijn gebruikt, komen daarna te vervallen. In veruit de meeste gevallen bestaat geen recht op uitbetaling van niet-opgenomen adv-uren. Ook niet bij het einde van het dienstverband.

Verschil tussen adv-uren en atv-uren

Bij adv-uren werkt een werknemer wekelijks een vast aantal uren meer om op een ander vast moment een kortere werkweek te hebben, bijvoorbeeld één vrije vrijdagmiddag per twee weken. De werknemer kiest in principe zelf op welk moment hij de adv-uren opneemt.

Bij arbeidstijdverkorting (atv-dagen) werkt de werknemer wekelijks ook een aantal uur meer, maar kiest de werkgever op welke moment hij die uren moet opmaken. Als de werkgever geen verplichte vrije dagen of uren aanwijst, mag de werknemer zelf een goed moment kiezen. Hierbij gaat het in de regel niet om het periodiek verkorten van de werkweek, zoals bij adv-dagen, maar 'losse' vrije dagen en uren.