Nabetaling vakantiegeld vanwege overwerk

Het loon dat een werknemer krijgt voor overwerk, maakt onder voorwaarden deel uit van het loon dat de werknemer ontvangt tijdens zijn vakantie. Dat oordeelde Rechtbank Rotterdam.

15 september 2021 | Door redactie

De Nederlandse wetgeving bepaalt dat een werknemer tijdens zijn vakantiedagen recht behoudt op loon. Dit heet ook wel vakantiegeld (niet te verwarren met vakantiebijslag dat ook wel vakantiegeld wordt genoemd). Tot het vakantiegeld behoort het normale loon, maar onder voorwaarden ook het loon dat een werknemer krijgt voor overwerk. Dat blijkt uit de recente uitspraak van Rechtbank Rotterdam.

Werkgever telde overuren niet mee tijdens vakanties

In deze zaak ging het om een werknemer die standaard meer dan 40 uur per week werkte en de overuren, zaterdag- en zondaguren uitbetaald kreeg. Maar tijdens zijn vakanties werd er geen rekening gehouden met deze overuren. De werknemer vond dat zijn werkgever alsnog deze overuren moest betalen.
Aanvankelijk werd er een akkoord gesloten over het verhogen van het vakantiegeld met de betalingen voor overwerk tot 1 januari 2019. Dit betrof een eenmalige betaling van € 750 aan de werknemer. Daar stond tegenover dat de werknemer afstand moest doen van mogelijke aanspraken op hoger vakantieloon over het verleden. Hiermee ging de werknemer niet akkoord. Hij ging in beroep bij Rechtbank Rotterdam.

Overwerk behoort niet tot het vakantiegeld, tenzij…

Voor zijn uitspraak keek de rechter naar Europese regelgeving en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daaruit volgde dat loon voor overwerk niet behoorde tot het vakantiegeld, tenzij er voldaan was aan de volgende criteria:

  • De overuren vloeiden voort uit een verplichting op basis van de arbeidsovereenkomst.
  • De werknemer maakte op regelmatige basis overuren.
  • De vergoeding van de overuren vormde een belangrijk onderdeel van de totale vergoeding die de werknemer voor zijn werk ontving.

Niet overwerken kwam neer op werkweigering

De kantonrechter oordeelde dat in deze zaak aan al deze voorwaarden was voldaan. Ten eerste was volgens hem het overwerk verplicht. De overuren werden namelijk ingeroosterd, waardoor het opgedragen werk werd en het dus verplicht werd. De werknemer kon niet na 40 uur stoppen en naar huis gaan, want dan was het werk niet af. Dat zou neerkomen op werkweigering. Ook bleek uit de overzichten die zijn overlegd tijdens het proces dat de werknemer op regelmatige basis overuren maakte. Ten slotte was de vergoeding van de overuren een wezenlijk onderdeel van het totale loon van de werknemer. Dit maakte overwerkloon tot een belangrijk onderdeel van de totale vergoeding. De rechter concludeerde vervolgens dat de vergoeding voor overwerkuren onderdeel was van het vakantieloon. Dit gold voor overwerkuren die gedurende 52 weken gemiddeld per loonperiode zijn gemaakt, voorafgaande aan de vakantie.

De rechter veroordeelde de werkgever tot een betaling van € 9.630,29 bruto, met daarbovenop wettelijke rente omdat sprake was van te late betaling.
Rechtbank Rotterdam, 2 september 2021, ECLI (verkort): 8584