Alleen aftrek fictieve kosten bij genoeg uren

Uw organisatie kan alleen fictieve personeelskosten in aftrek brengen van de winst als de gewerkte uren van de vrijwilligers ten minste 70% bedragen van het totaal gewerkte uren van de vrijwilligers en betaalde krachten. De Hoge Raad heeft dit onlangs bevestigd.

3 mei 2016 | Door redactie

In de betreffende zaak ging het om een stichting die eigenaar was van een kringloopwinkel en zowel betaalde krachten als vrijwilligers (tool) in dienst had. De stichting trok de fictieve personeelskosten, berekend op basis van het minimumloon, van de vrijwilligers af van de winst in de aangifte vennootschapsbelasting. Zij was namelijk van mening dat de vrijwilligers een belangrijke bijdrage aan de winst van de stichting leverden. De fictieve personeelskosten bedroegen namelijk meer dan 70% van de winst. De inspecteur was het hier niet mee eens. Hij vond dat op grond van het hoofdzakelijkheidscriterium gekeken moest worden naar het totaal aantal gewerkte uren en draaide de aftrek terug. De zaak kwam bij de rechter.

Hoofdzakelijk kijken naar totaal aantal gewerkte arbeidsuren

Het hoofdzakelijkheidscriterium kan een rol spelen bij een algemeen nut beogende instelling (tool) of een organisatie die een sociaal belang (tool) behartigt. Zij mogen fictieve personeelskosten aftrekken van de winst als voldaan is aan de eis van het aantal gewerkte uren. Bedragen de gewerkte arbeidsuren van de vrijwilligers namelijk meer dan 70% van het totaal aantal gewerkte uren door vrijwilligers en betaalde krachten, dan is aftrek van fictieve personeelskosten van de winst in de vennootschapsbelasting mogelijk.

Aftrek was terecht teruggedraaid

In deze zaak droegen de vrijwilligers zo’n 38% bij aan het totaal aantal gewerkte uren. Dit was te weinig voor aftrek van de kosten. Volgens de Hoge Raad had de inspecteur de aftrek daarom terecht teruggedraaid. De Hoge Raad was het dus eens met de inspecteur en rechtbank Gelderland.
Hoge Raad, 29 april 2016, ECLI (verkort): 750