Beperking vrijstelling bij hybride leningen

De rente van een hybride lening is per 1 januari 2016 niet langer vrijgesteld als de dochter in de andere lidstaat de vergoeding in aftrek op de winst heeft gebracht. De ministerraad van de Europese Unie (EU) heeft recent ingestemd met een wijziging van de moeder-dochterrichtlijn die daarvoor moet zorgen.

25 juni 2014 | Door redactie

Een hybride lening heeft zowel de kenmerken van eigen vermogen als vreemd vermogen. Dit zorgt ervoor dat elke lidstaat fiscaal anders met zo’n lening om kan gaan. Op dit moment is het daardoor mogelijk dat de moedermaatschappij op basis van de deelnemingsvrijstelling geen belasting betaalt over een vergoeding van de dochtermaatschappij. Kan de dochter de betaling van deze vergoeding wel ten laste van de winst brengen, dan is er sprake van dubbele niet-heffing. Om deze dubbele niet-heffing aan te pakken is aanpassing van de moeder-dochterrichtlijn nodig.

Wetgeving aanpassen uiterlijk 31 december 2015

In de nieuwe richtlijn is nu opgenomen dat de belastingvrijstelling van opbrengsten van hybride leningen alleen geldt als de rentebetaling bij de dochter niet ten laste van de winst is gebracht. De lidstaten krijgen tot uiterlijk 31 december 2015 om de wetgeving ten aanzien van hybride leningen aan te passen.
De aanpak van deze dubbele niet-heffing maakt onderdeel uit van de strijd tegen belastingontwijking. De Europese lidstaten willen dat zoveel mogelijk voorkomen.