Bewijslast onzakelijkheid lening bij fiscus

Stelt de inspecteur dat een lening van uw bv aan een gelieerde bv onzakelijk is, dan ligt de bewijslast bij de fiscus. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de bewijslast bij de inspecteur moet liggen, niet bij de partij die lening heeft verstrekt.

30 maart 2015 | Door redactie

Het draaide in deze zaak om een dga die 100% van de aandelen in bv X bezat. Daarnaast had hij 47,5% van de aandelen in bv Y. In 2006 leende bv X € 150.000 aan bv Z, waarin bv Y een belang hield. Bv Z ging echter failliet. Bv X nam daarom een voorziening op van 
€ 150.000. De inspecteur corrigeerde dit echter omdat volgens hem sprake was van zogenoemde privé-aandeelhoudersmotieven. Het gerechtshof had aangegeven dat de bv moest bewijzen dat er zakelijke motieven aanwezig waren om de lening te verstrekken. De Hoge Raad oordeelde echter anders.

Bewijslastverdeling was onjuist

De inspecteur had namelijk eerst de vraag moeten stellen of het ging om een geldlening die niet kon of zou worden afgelost. Omdat hij dit niet had gedaan, moest hij bewijzen dat de bv door het verstrekken van de lening een debiteurenrisico zou hebben gelopen, dat een onafhankelijke derde nooit genomen zou hebben onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Dit was niet gebeurd. Het Hof was dus uitgegaan van een onjuiste bewijslastverdeling. De zaak is verwezen naar een ander hof.
Hoge Raad, 20 maart 2015, ECLI (verkort): 645