Brussel pleit voor achterwaartse verliesverrekening

De Europese Commissie is er warm voorstander van dat ondernemingen in de lidstaten verliezen mogen verrekenen met winsten uit eerdere jaren. Dat kan de coronaklap verzachten. De Commissie vindt dat verrekenen in elk geval tot één jaar terug mogelijk moet zijn, maar lidstaten kunnen de termijn ook oprekken tot de drie voorgaande jaren.

25 mei 2021 | Door redactie

Dit pleidooi staat in een aanbeveling van de Europese Commissie. Een aanbeveling legt geen verplichtingen op aan de lidstaten, maar het maakt wel duidelijk welk beleid de voorkeur heeft van de Commissie. Ook kan het helpen om het ondersteuningsbeleid in de hele unie gelijk te trekken, zo staat in de aanbeveling.

Verliesverrekening in VPB tot één jaar terug

Achterwaartse verliesverrekening geeft ondernemingen direct financiële lucht, zo is de boodschap, en dat is hard nodig in de coronacrisis. In Nederland kunnen ondernemingen in de vennootschapsbelasting (VPB) verliezen nu al achterwaarts verrekenen, tot één jaar terug (infographic). Een termijn van drie jaar zou dus een verruiming betekenen. Al zijn er ook nog genoeg lidstaten die nog helemaal geen mogelijkheid hebben voor achterwaartse verliesverrekening. Daarnaast heeft Nederland vorig jaar al de zogeheten coronareserve ingevoerd. Daarmee konden ondernemingen verwachte verliezen over 2020 al verrekenen met winsten uit 2019.

Maximaal € 3 miljoen per jaar verrekenen

De Europese Commissie doelt in de aanbeveling op verliezen over de boekjaren 2020 en 2021. De Commissie vindt dat verrekening met winsten uit het jaar 2019 mogelijk moet zijn. En bij een termijn van drie jaar terug moet verrekening tot en met het jaar 2017 mogelijk zijn.
De Commissie pleit in de aanbeveling (pdf) wel voor een plafond: ondernemingen zouden per jaar maximaal € 3 miljoen aan verlies kunnen verrekenen. Dat moet een ‘buitensporig effect’ op de begrotingen van landen voorkomen. Bovendien moet dit ervoor zorgen dat met name kleinere ondernemingen profiteren van de maatregel.