Fiscale keuzes bij de Europese verkiezingen

28 mei 2024 | Door redactie

Terwijl ondernemend Nederland reikhalzend uitkijkt naar de concrete plannen van een nieuw kabinet, staat er alweer een volgende verkiezing voor de deur. Op 6 juni aanstaande openen namelijk de stembussen voor het Europees Parlement. Wat zijn de (fiscale) aandachtspunten voor ondernemers bij de Europese verkiezingen?

De Europese lidstaten moeten de verkiezingen voor het Europees Parlement houden in de periode van 6 juni tot en met 9 juni 2024. Nederland is er dus vroeg bij, op donderdag 6 juni. In totaal zijn er 720 zetels te verdelen, en daarvan zijn er straks 31 voor Nederlandse politici. Voor Nederland gaan de verkiezingen dus over 31 zetels in het Parlement. Hoewel er net als bij andere verkiezingen Nederlandse partijen op de stembiljetten staan, maken zij op Europees niveau onderdeel uit van grotere fracties. Zo zitten VVD en D66 in dezelfde fractie, en zitten de in Nederland samenwerkende partijen PvdA en GroenLinks op Europees niveau juist in verschillende fracties.

Ondernemer wil rem op Europese regeldruk

In de Europese Unie (EU) is het de Europese Commissie die met voorstellen komt voor nieuwe regels, maar die moeten dan wel  de goedkeuring krijgen van het Europees Parlement. Europa laat zich de afgelopen jaren nadrukkelijk gelden in het bedrijfsleven, met landoverstijgende regels over bijvoorbeeld de regulering van kunstmatige intelligentie in de AI Act, de richtlijn voor duurzaamheidsrapportages CSRD en een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting (VPB).
Volgens ondernemers mag het ook wel tandje minder met de regelgeving, zo komt naar voren uit een enquête van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Acht op de tien ondervraagde ondernemers vindt de Europese regeldruk te hoog. Gevraagd naar wat de topprioriteit moet zijn voor Europa de komende 4 jaar antwoordt dan ook 50%: het terugdringen van knellende regels. Daarmee staat regelsnoeiwerk op de eerste plek, vóór migratie (39%) en defensie (35%). Ook de verschillen in regels tussen de lidstaten is een irritatiefactor onder ondernemers. Europa moet wat de ondervraagden dan ook aan de slag met het verbeteren van de interne markt tussen de lidstaten. Daarbij valt er volgens hen vooral winst te boeken bij het meer gelijktrekken van de procedures voor het verlenen van vergunningen én van de fiscale regels. Grote verschillen tussen lidstaten op deze vlakken maken het verkopen in verschillende Europese landen namelijk razend ingewikkeld.

Meer eigen middelen voor de EU?

Om bij de belastingregels te blijven: drie experts van accountantsorganisatie EY zijn dieper in de fiscale standpunten van de verschillende partijen gedoken. Europa heft op dit moment niet rechtstreeks belasting bij burgers en ondernemers, maar er wordt op Europees niveau wel gediscussieerd over de vraag of de EU niet meer eigen inkomsten moet gaan binnenhalen. Bijvoorbeeld via een belasting op vervuiling, op financiële transacties, of een soort 'interne-markt-taks'. Over deze vraag verschillen partijen flink van mening, zo blijkt uit het overzicht van de drie EY-specialisten. ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA en Volt zijn voorstander van meer eigen middelen voor de EU, de andere partijen zijn tegen of hebben geen mening. Verder blijken de meeste partijen te willen vasthouden aan het principe dat er binnen de EU unaniem ingestemd moet worden met belastinghervormingen.

Plannen voor hogere minimumbelasting

Daarnaast zijn er een aantal partijen die nog een stap(je) verder willen gaan met de eerder ingevoerde minimumtarief van 15% in de VPB. GroenLinks en PvdA willen die minimumbelasting optrekken naar 18%, Volt mikt op 22%. De Partij voor de Dieren wil de winstbelasting voor 'grote bedrijven' in Europa verhogen naar ten minste 35%. Andere partijen zien wel brood in een verhoging, zonder een percentage te noemen. Maar bijvoorbeeld de SGP laat het bij de mededeling dat lidstaten het akkoord over een minimumbelasting van 15% moeten uitvoeren, en 'de EU hoeft hier niet tussen te zitten'.