Nederland met toptarief VPB boven EU-gemiddelde

Het kabinet heeft een waslijst aan vragen beantwoord over het Belastingplan 2021. Die antwoorden zetten onder meer de maatregelen in de vennootschapsbelasting (VPB) in internationaal perspectief. Zo is het VPB-toptarief hoger dan gemiddeld in de EU, maar is Nederland juist ruimhartiger met bijvoorbeeld de achterwaartse verliesverrekening.

19 oktober 2020 | Door redactie

Er zaten toch nog wat VPB-gerelateerde verrassingen in het Prinsjesdag-koffertje. Zo geldt het lage tarief in de VPB straks tot een winst van € 395.000. Ook kunnen bv’s vanaf 2022 verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenen.

Gemiddeld VPB-toptarief in EU op 21,2%

Tegenover de verdere verlaging van het lage tarief in de VPB staat dat het toptarief op 25% blijft staan. Eigenlijk zou dit tarief volgend jaar zakken naar 21,7%. Het kabinet laat weten dat zij het pakket aan maatregelen ‘gebalanceerd’ vindt, waarbij oog is gehouden voor het vestigingsklimaat in vergelijking met andere landen. Wel zit Nederland met een toptarief van 25% boven het gemiddelde van de EU, zo blijkt uit een bijgevoegd staatje. Dat gemiddelde is namelijk 21,2% in 2020. Duitsland (29,8%), Frankrijk (31%, Portugal (31,5%) en Malta (35%) zitten hoger, maar de meeste lidstaten hebben een lager toptarief. Er is niet gevraagd of het kabinet het een goed idee zou vinden om het toptarief de komende jaren alsnog te verlagen.

Verliesverrekening in EU vaak onbeperkt

Ook over de verliesverrekening in de VPB heeft het kabinet een overzicht gemaakt van de stand van zaken in 2020. Daaruit blijkt dat al aardig wat landen de voorwaartse verliesverrekening onbeperkt hebben gemaakt (de volledige tabel vindt u in dit pdf-document op pagina 151). Wel hanteren bijvoorbeeld België en Duitsland een beperking van hoeveel verlies er verrekend kan worden in een jaar. Dat is Nederland ook van plan. Verliezen tot € 1 miljoen zijn altijd verrekenbaar, maar boven die grens mogen ondernemingen maar 50% van de verliezen verrekenen. Aan de andere kant blijkt uit de tabel dat een meerderheid van de Europese lidstaten helemaal geen achterwaartse verliesverrekening heeft. In Nederland is en blijft dat wel mogelijk, in de VPB tot 1 jaar terug (infographic). Het kabinet ziet geen reden om dit aan te passen.

Ook verdere beperking doorgerekend

Het kabinet gaat ook dieper in op de reikwijdte van verliesverrekening. Jaarlijks maken zo’n 146.000 VPB-plichtigen gebruik van verliesverrekening. Ruim 99.000 ondernemingen kunnen de aanwezige winst zo helemaal verrekenen met verliezen. Uit hetzelfde staatje blijkt dat zo’n 2.900 ondernemingen boven de grens van € 1 miljoen verlies uitkomen.
In de antwoorden heeft het kabinet ook nog een doorrekening gemaakt voor GroenLinks, dat overweegt de maatregelen rond verliesverrekening te amenderen. Als de grens voor verliezen boven € 1 miljoen omlaag gaat van 50% naar 25% of 0% neemt de opbrengst voor de schatkist flink toe. De beperking levert nu naar verwachting zo’n € 555 miljoen op. Bij een beperking naar 25% is dat ruim € 1 miljard en bij 0% wordt dat ruim € 1,9 miljard.
Op verzoek van de VVD laat het kabinet ook nog weten wat er gebeurt als de drempel juist omhooggaat van € 1 miljoen naar € 2 miljoen aan verliezen. Dan zakt de opbrengst namelijk naar € 497 miljoen.