Pleidooi voor hogere drempel aftrek liquidatieverliezen

Door het aanpassen van de liquidatie- en stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting moet de belastinggrondslag worden verbreed en oneigenlijk gebruik worden voorkomen. Dat beoogt de ‘Wet aanpassing liquidatie- en stakingsverliesregeling’. Op de valreep reageerden het Register Belastingadviseurs (RB) en de Nederlandse Orde van Belastingdeskundigen (NOB) op het wetsvoorstel.

27 mei 2019 | Door redactie

Het initiatiefwetsvoorstel was ingediend door Tweede Kamerleden Bart Snels (GroenLinks), Renske Leijten (SP) en Henk Nijboer (PvdA). Van 16 april tot 16 mei 2019 konden reacties op dit wetsvoorstel worden ingediend. Het wetsvoorstel pleit onder andere voor beperkingen in de liquidatie- en stakingsverliesregeling: een territoriale, een temporele en een materiële beperking.

Beperkt tot Europa 

Door de materiële beperking geldt de liquidatieverliesregeling alleen voor liquidaties van dochtervennootschappen waarin de moedervennootschap een bepalend belang houdt. De territoriale beperking betekent dat de liquidatieverliesregeling alleen van toepassing is op liquidaties van dochtervennootschappen in de Europese Unie (EU)/Europese Economische Ruimte (EER). De temporele beperking pakt de mogelijkheid van langdurig uitstel van het aftrekmoment van een liquidatieverlies aan.

Aanpassingen voor het mkb 

Een van de maatregelen in het wetsvoorstel betreft de uitsluiting van de aftrek van liquidatieverliezen voor deelnemingen tot een belang van 25% of minder. Voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) wordt een drempel voorgesteld waardoor liquidatieverliezen tot € 1 miljoen aftrekbaar blijven. ‘Hoewel deze drempel voor de mkb-praktijk veelal voldoende zal zijn om een daadwerkelijk uitsluiting van het liquidatie- of stakingsverlies te voorkomen, zijn er ook situaties denkbaar waarin deze drempel onvoldoende is’, stelt het RB. ‘Het RB stelt daarom voor om de drempel ten behoeve van het mkb te verhogen en enkele technische aanpassingen te doen.’

Vraagtekens bij het wetsvoorstel 

De NOB reageerde ook op het initiatiefwetsvoorstel. ‘De Orde heeft in algemene zin vraagtekens bij de timing van het voorstel, is van mening dat de materiële en territoriale beperking in strijd is met de ratio van de deelnemingsvrijstelling en is bezorgd dat dit wetsvoorstel niet zozeer multinationals maar juist het mkb zal treffen’, schreef de NOB in haar brief van 15 mei 2019. Ook VNO-NCW plaatste vraagtekens bij het wetsvoorstel. ‘Internationalisering van zowel het mkb als van grote bedrijven en van bijvoorbeeld start-ups wordt met dit wetsvoorstel ernstig bemoeilijkt. Dit schaadt ons land op lange termijn’, aldus VNO-NCW.