Shoppen vennootschapsbelasting in de EU kan niet meer

Het Europees Parlement (EP) heeft ingestemd met een herziening van het vennootschapsbelastingstelsel in de Europese Unie (EU). De nieuwe EU-regels moeten voorkomen dat ondernemingen hun winst verplaatsen naar lidstaten waar de tarieven van de vennootschapsbelasting (VPB) lager liggen.

19 maart 2018 | Door redactie

Ondernemingen zullen voortaan worden belast in het land waar zij winst maken. Met de nieuwe richtlijn: de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de VPB, of de zogenoemde Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB), hoeven grensoverschrijdende ondernemingen nog maar één aangifte in te dienen voor al hun EU-activiteiten. De winsten en verliezen van alle dochterbedrijven worden bij elkaar opgeteld. De geconsolideerde belastbare winst wordt vervolgens verdeeld tussen de lidstaten waar de onderneming actief is. Elke lidstaat belast dan zijn aandeel in de winst tegen zijn eigen nationale belastingtarief.

Nieuwe richtlijn voorkomt shoppen

Nu is het zo dat ondernemingen die in verschillende lidstaten actief zijn, de winst van hun dochterondernemingen volgens verschillende nationale belastingcodes berekenen. Daarna wordt de winst verschoven naar het land waar het tarief van de VPB (tool) het laagst is. Volgens de EU kan dit niet de bedoeling zijn van het belastingstelstel en benadeelt dit de concurrentiepositie van kleine en middelgrote ondernemingen, omdat die zich kostbare fiscale oplossingen niet kunnen veroorloven. Op die manier is het voor ondernemingen niet meer mogelijk om hun winsten te verplaatsen naar het land met het laagste belastingtarief.

Digitale aanwezigheid bepalend voor winstbelasting

Vooral digitale en mondiale ondernemingen (zoals Facebook, Amazon en Google) hebben hun belastingaanslagen op hun winst drastisch kunnen verlagen door slim gebruik te maken van verschillen in de EU. Het EP wil voor deze ondernemingen aan de hand van benchmarks (zoals het aantal gebruikers of de hoeveelheid verzamelde digitale inhoud) vaststellen of een onderneming een ‘digitale aanwezigheid’ heeft in een EU-lidstaat en dus belastingplichtig is.

Eén pakket van belastingregels, via één loket

In alle lidstaten zal straks één enkel pakket van belastingregels van toepassing zijn. De 28 verschillende nationale regelingen zijn dan verleden tijd en er hoeft slechts verantwoording afgelegd te worden aan één enkele belastingdienst. De richtlijn moet nog wel unaniem worden aangenomen door de lidstaten in de Raad.