Voorkom belastingrente van 4%: vraag op tijd VA aan

De belastingrente voor alle belastingen bedraagt momenteel 4%. Het bedrag aan belastingrente kan dus aardig oplopen als een belastingplichtige te laat is met het indienen van de aangifte over 2020 en nog flink moet bijbetalen. Om de eventuele hoge rekening te voorkomen moet hij zo snel mogelijk om een voorlopige aanslag (VA) over 2020 vragen. Voor de vennootschapsbelasting (VPB) in ieder geval voor 1 mei a.s.

28 januari 2021 | Door redactie

De belastingrente komt om de hoek kijken als een belastingplichtige een aangifte te laat indient en nog een bedrag moet betalen. Vanaf 1 oktober 2020 is het tarief van de belastingrente 4% voor alle belastingen. Dit geldt nu dus ook voor de VPB, waarvan het tarief voor de coronacrisis nog 8% bedroeg. De 4% voor de VPB blijft in ieder geval gelden tot 31 december 2021.

Belastingrente voor VPB-plichtige

Een belastingplichtige voor de VPB moet, als het boekjaar van de bv gelijk loopt met het kalenderjaar, de aangifte VPB van het voorgaande kalenderjaar vóór 1 juni hebben ingediend bij de Belastingdienst. Maar voor de berekening van de belastingrente gelden andere data:

  • De belastingplichtige betaalt wel belastingrente als de Belastingdienst de aanslag oplegt op of na 1 juli volgend op het belastingjaar.
  • De belastingplichtige betaalt geen belastingrente als hij vóór 1 juni volgend op het belastingjaar aangifte doet en de fiscus de gegevens uit de aangifte ongewijzigd overneemt.
  • Ook betaalt de belastingplichtige geen belastingrente als hij voor 1 mei volgend op het belastingjaar om een VA VPB vraagt en de fiscus deze voorlopige aanslag oplegt zoals de belastingplichtige heeft gevraagd.

Om de belastingrente te voorkomen moet een belastingplichtige voor de VPB dus voor 1 mei a.s. een verzoek hebben gedaan om een VA. 

Belastingplichtige voor de IB

Voor een belastingplichtige die aangifte doet voor de inkomstenbelasting (IB) gelden weer andere regels ten aanzien van de belastingrente. Is voor 1 mei aangifte gedaan dan hoeft er geen belastingrente te worden betaald. Is de aangifte te laat ingediend of moet de fiscus afwijken van de aangifte, dan betaalt de belastingplichtige wel rente als de Belastingdienst de aanslag oplegt na 1 juli volgend op het belastingjaar. De belastingrente berekent de fiscus over een periode van 1 juli tot 6 weken na de datum op de aanslag. Als de fiscus er langer dan 3 maanden over doet om de aanslag op te leggen blijft de periode waarover hij rente berekent beperkt tot 19 weken vanaf de datum dat de aangifte is ontvangen. Hierbij geldt dus ook een belastingplichtige de belastingrente zoveel mogelijk wil voorkomen hij zo spoedig mogelijk om een voorlopige aanslag 2020 moet vragen als hij deze nog niet heeft ontvangen.

 

 

 

 

 

 

Meer informatie over de aangifte vennootschapsbelasting vindt u in de toolbox Stap voor stap door de aangifte vennootschapsbelasting.