VPB wordt aangiftebelasting?

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft aangekondigd dat het kabinet gaat onderzoeken of u voortaan de vennootschapsbelasting (VPB) zelf kunt aangeven en afdragen, net zoals bij de BTW en de loonheffing. Dit idee komt voort uit het wetsvoorstel waarin een nieuw heffingssysteem van de Belastingdienst wordt geopperd.

5 september 2013 | Door redactie

In het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeelverkeer Belastingdienst komt Weekers met een tweetal voorstellen die nauw samenhangen, namelijk het verder digitaliseren van het contact met de Belastingdienst en het invoeren van een nieuw heffingssysteem. Dit moet zorgen voor een efficiëntere manier van communiceren, met als gevolg dat u sneller een definitieve aanslag inkomstenbelasting, schenkbelasting en erfbelasting krijgt opgelegd. Weekers wil onderzoeken of een snellere afhandeling ook mogelijk is binnen de VPB, waarbij de belasting dan wordt omgevormd tot een aangiftebelasting in plaats van een aanslagbelasting. Als dit plan doorgang vindt, krijgt u niet langer een aanslag opgelegd na uw aangifte, maar moet u meteen de te betalen belasting afdragen. 

Binnen drie maanden een definitieve aanslag

Waarschijnlijk dient u net als de meerderheid van de belastingplichtigen uw aangifte inkomstenbelasting digitaal in. Door deze digitalisering verder uit te breiden, wil Weekers dat de communicatie met de fiscus uiteindelijk volledig elektronisch verloopt. In het verlengde hiervan zou het opleggen van een definitieve aanslag sneller kunnen; binnen drie maanden na het indienen. U zou dan niet eerst nog een voorlopige aanslag krijgen. Daarnaast komt er een herzieningstermijn van 18 maanden vanaf het indienen van uw aangifte, waarin u aanvullingen en wijzigingen kunt doorgeven aan de Belastingdienst. Momenteel moet u daarop wachten totdat u een aanslag heeft ontvangen, waarna u bezwaar maakt. Een bezwaarprocedure zou volgens Weekers alleen bestemd moeten zijn voor geschillen. Voor aanvullingen of wijzigingen komt dan een andere procedure. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Tweede Kamer.