Wat had Prinsjesdag in petto voor bv's en dga's?

Het kabinet benadrukt in de Prinsjesdag-stukken dat vooral ook mkb'ers moeten profiteren van alle maatregelen. Toch zijn de plannen zeker geen onverdeeld genoegen voor bv's en directeuren-grootaandeelhouders (dga's).

20 september 2018 | Door redactie

Het grootste belastingvoordeel voor ondernemend Nederland zit ’m in de verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting (VPB). Volgend jaar gaat het lage tarief (voor winsten tot € 200.000) omlaag van 20% naar 19%. Het hoge tarief zakt van 25% naar 24,3%. Die daling zet ook de komende jaren door, al zakt het toptarief in de VPB minder ver dan in het regeerakkoord was ‘beloofd’. In 2021 staat dit tarief namelijk op 22,25%, in plaats van de 21% die was aangekondigd.

Versoberingen in VPB

Niettemin is elke daling in de VPB voor bv's meegenomen, maar er staan ook een aantal versoberingen tegenover. Zo gaat de termijn waarbinnen bv’s verliezen met toekomstige winsten kunnen verrekenen terug van negen naar zes jaar. Ook de mogelijkheden om af te schrijven op een pand in eigendom worden ingeperkt.
Voor dga’s geldt bovendien dat het tarief op inkomen uit aanmerkelijk belang de komende jaren verder omhoog gaat. Al gaat het wel minder hard dan in het regeerakkoord was aangekondigd. Uiteindelijk stijgt het tarief naar 26,9% in plaats van naar 28,5%.

Heffing op hoge schuld bij bv

De dga’s hangt nog een andere heffing boven het hoofd: een extra belasting op hoge schulden bij de bv. Deze maatregel gaat per 2022 in, zo is het voorstel. Heeft de dga een schuld bij de bv van meer dan € 500.000, dan wordt het bedrag boven deze drempel als inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2. Op die manier wil het kabinet hoge schulden tegengaan.
Om de pijn in het mkb nog wat te verlichten, stelt het kabinet nog wel € 100 miljoen beschikbaar om de lasten op arbeid te verlagen. Hoe dat geld wordt besteed, moet nog nader uitgewerkt worden.