VERDIEPINGSARTIKEL

Het optimaliseren van een bv-structuur

Stel dat uw onderneming meer dan één eigenaar heeft die uiteenlopende wensen hebben met betrekking tot dividendpolitiek, dan kunt u een houdsterstructuur creëren waarbij elke eigenaar een aparte holding krijgt. Of misschien levert een aanpassing van uw bv-structuur u een voordeel op. Dan moet u zich wel aan een aantal fiscale en juridische regels houden.


18 augustus 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Mr. Almer de Beer en Geert de Jong, beiden werkzaam bij Grant Thornton, e-mail: almer.de.beer@nl.gt.com, tel: (088) 676 052, www.grantthornton.nl


Een houdsterstructuur heeft zowel juridische als fiscale voordelen. Om een houdsterstructuur op te zetten kent de belastingwetgeving diverse faciliteiten. Het voordeel van één onderneming is vooral gelegen in de eenvoud (een jaarrekening en aangifte) waardoor de administratieve lasten relatief laag zijn.

Nadelen enkelvoudige bv

Aan een enkelvoudige bv kleven echter ook enkele belangrijke nadelen. U kunt met één bv aan risicobeperking doen door de winsten van uw bv als dividend te laten uitkeren. Maar over deze dividenduitkeringen is dan wel 26,25% (tarief 2020) aanmerkelijkbelangheffing verschuldigd. In plaats van een dividenduitkering kunt u er ook voor kiezen om de bv-structuur te optimaliseren. Daarvoor zijn er verschillende mogelijkheden.

Bedrijfsoverdracht

Bij een enkelvoudige bv kan de bedrijfsoverdracht op twee manieren plaatsvinden:

  1. de bv verkoopt de onderneming;
  2. u verkoopt uw aandelen in de bv.

1 De bv verkoopt de onderneming

De bv is bij verkoop van de onderneming meteen vennootschapsbelasting (VPB) over de fiscale meerwaarden (werkelijke waarde -/- boekwaarde) in het ondernemingsvermogen verschuldigd. Als de bv de nettoverkoopwinst vervolgens uitkeert is de directeur-grootaandeelhouder (dga) nog eens 26,25% aanmerkelijkbelangheffing verschuldigd.

Behoort tot het vermogen van de over te dragen onderneming ook een bedrijfspand, dan is de verkrijger van het pand ook 6% overdrachtsbelasting verschuldigd.

2 U verkoopt uw aandelen in de bv

Bij verkoop van de aandelen bent u 26,25% aanmerkelijkbelangheffing verschuldigd over de boekwinst (verkoopprijs -/- verkrijgingsprijs aandelen). Over eventuele meerwaarden in het vermogen van de bv, is bij overdracht van de aandelen dus (nog) geen VPB verschuldigd. De ‘latente VPB’ drukt echter wel de waarde van de aandelen. Hoe hoog de waardedruk is, hangt af van een aantal verschillende factoren:

  • de hoogte van het (toekomstige) VPB-tarief;
  • de afschrijvingsduur van het bedrijfsmiddel;
  • de rentestand.

VPB-claim

In de regel is de latente VPB-claim wel lager dan de nominale VPB-claim. Bij de verkoop van de aandelen kunt u op problemen stuiten als in de bv vermogensbestanddelen aanwezig zijn waarvan het de bedoeling is dat deze buiten de overdracht blijven.

Denk aan het bedrijfspand of beleggingen. Deze vermogensbestanddelen zult u dan uit de bv moeten halen met alle mogelijke fiscale consequenties van dien. Gelet op de geschetste fiscale gevolgen is het dan ook vaak interessanter om een holdingstructuur op te zetten.

Holdingstructuur vaak aantrekkelijker

Om juridische en fiscale redenen is het vaak aantrekkelijker om de onderneming te gieten in een ‘holdingstructuur’. U bent dan dga van de holding die op haar beurt aandeelhouder is van de werkmaatschappij.

Behoort tot de onderneming ook een bedrijfspand, dan verdient een extra vastgoedvennootschap vaak de voorkeur. Er is dan sprake van een drietrapsholdingstructuur.

Met een holdingstructuur kunt u de juridische aansprakelijkheid zoveel mogelijk beperken. Dit is te realiseren door de ondernemingsactiviteiten onder te brengen in de werkmaatschappij en alle waardevolle vermogensbestanddelen (zoals bedrijfspand en beleggingen) in de bovenliggende houdstervennootschap(pen).

Bij een faillissement van de onderneming, kunnen schuldeisers hun vorderingen dan (behoudens uitzonderingen) enkel verhalen op het vermogen van de werkmaatschappij.

Deelnemingsvrijstelling toepassen

De aansprakelijkheid in een holdingstructuur kunt u verder beperken door winsten van de werkmaatschappij als dividend uit te keren aan de ‘risicoveilige’ vastgoedvennootschap. En eventueel daarna door uit te keren aan de holding vennootschap.

Met toepassing van de zogenoemde ‘deelnemingsvrijstelling’ kan dit zonder VPB-heffing. Met de deelnemingsvrijstelling voorkomt u dat winst die al eerder is belast bij een dochtermaatschappij, nog een keer wordt belast bij de moedermaatschappij.

Overdragen bedrijf

Binnen de geschetste holdingstructuur is de bedrijfsoverdracht eenvoudig en fiscaal vriendelijk vorm te geven door de vastgoed-bv de aandelen in de werkmaatschappijvennootschap te laten overdragen. Is het de bedoeling dat ook het bedrijfspand overgaat op de opvolger? Dan moet de holding-bv de aandelen in de vastgoed-bv overdragen. Wordt met de aandelenverkoop een winst behaald, dan is deze in de regel vrijgesteld op grond van de ‘deelnemingsvrijstelling’.

Pas als de houdstervennootschap de winst aan u als dga in privé als dividend uitkeert of u de aandelen in uw houdstervennootschap vervreemdt, is 26,25% (tarief 2020) aanmerkelijkbelangheffing verschuldigd. Deze optie biedt dus de mogelijkheid om de VPB-heffing uit te stellen. Voor u resulteert dit vanwege het contante waarde-effect in een hogere koopsom voor de aandelen.

Onderneming overgedragen aan dochtervennootschap

Bij het opzetten van een houdsterstructuur draagt een bv de onderneming over aan een dochtervennootschap. In de onderneming schuilt € 2 miljoen goodwill. Twee jaar later wordt de dga arbeidsongeschikt. De dga ziet zich genoodzaakt om de dochtervennootschap te verkopen.

 

Heeft de overdracht binnen fiscale eenheid plaatsgevonden? Dan is bij verkoop van de aandelen in de dochtervennootschap alsnog VPB verschuldigd over de verschoven goodwill van € 2 miljoen. Door de verkoop verbreekt binnen de sanctietermijn de fiscale eenheid tussen de overdrager en overnemer. Wel mag u over de verstreken periode rekening houden met een fiscale afschrijving over de goodwill.

Faciliteiten

Onze fiscale wetgeving kent diverse regelingen waarmee u zonder fiscale gevolgen een enkelvoudige bv kunt omzetten in een holdingstructuur. Veel gebruikte faciliteiten zijn:

  1. fiscale eenheid voor de VPB;
  2. bedrijfsfusiefaciliteit;
  3. splitsingsfaciliteit.

1 Fiscale eenheid VPB

Het regime van de fiscale eenheid biedt de mogelijkheid om de onderneming zonder VPB-heffing vermogensbestanddelen over te dragen aan vennootschappen die deel uitmaken van de fiscale eenheid. Met toepassing van het fiscale eenheidsregime kan dit zonder VPB-heffing. Wat betreft de verkrijging van het bedrijfspand is onder voorwaarden een vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing (interne reorganisatievrijstelling).

Sanctiebepaling

Bij verbreking van de fiscale eenheid binnen zes jaar (onder bepaalde voorwaarden 3 jaar) – bijvoorbeeld als gevolg van bedrijfsoverdracht is een sanctiebepaling van toepassing. Op grond hiervan is alsnog VPB verschuldigd over de meerwaarden in de overgedragen vermogensbestanddelen.

2 Bedrijfsfusiefaciliteit

Bij een bedrijfsfusie draagt uw bv de onderneming – tegen uitreiking van aandelen – over aan een dochtervennootschap. Met toepassing van de bedrijfsfusiefaciliteit is deze overdracht onder voorwaarden vrijgesteld van de VPB-heffing. Voor de verkrijging van het bedrijfspand is onder voorwaarden ook in dit geval een vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing (interne reorganisatievrijstelling). Een beroep op de bedrijfsfusiefaciliteit is niet mogelijk als de houdstervennootschap de onderneming overdraagt aan de vastgoed-bv en deze de onderneming onmiddellijk weer overdraagt aan de dochtervennootschap.

3 Splitsingsfaciliteit

Bij een juridische splitsing gaat onder algemene titel vermogen over naar de verkrijgende vennootschap. Het opzetten van een drietrapsholdingstructuur is mogelijk met een zogenoemde ‘afsplitsing’. De dochtervennootschap splitst dan af waarbij de onderneming overgaat naar een nieuw op te richten vastgoedvennootschap. Vervolgens splitst de vastgoedvennootschap weer juridisch af waarbij de onderneming – met uitzondering van het bedrijfspand – van de vastgoedvennootschap overgaat op de dochtervennootschap. Met toepassing van de splitsingsfaciliteit in de VPB kunt u deze vermogensbestanddelen geruisloos doorschuiven naar de verkrijgende vennootschap.

Onroerende zaken

Gaat bij de splitsing een onroerende zaak over? Dan is de verkrijgende vennootschap over de waarde van het vastgoed overdrachtsbelasting verschuldigd. Bij de splitsingsfaciliteit is geen overdrachtsbelasting verschuldigd.