VERDIEPINGSARTIKEL

Kabinet werkt aan verdere beperking renteaftrek

Voor een bv is de heffing op vermogen in de kern vrij overzichtelijk. Rendement op eigen vermogen, zoals dividend, is belast. En rente op vreemd vermogen, zoals leningen, is tot op zekere hoogte aftrekbaar.

Overzichtelijk, maar volgens staatssecretaris Vijlbrief van Financiën óók een verkeerde prikkel. Want het bedrijfsleven kiest nu liever voor financiering met schuld. Daarom wil Vijlbrief de renteaftrek in de VPB verder beperken.


23 juli 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De VPB kent al een hele tijd verschillende regelingen die de aftrekbaarheid van rentebetalingen beperken. Die gelden dan in specifieke situaties, zoals bij schulden die ontstaan door ‘besmette’ rechtshandelingen tussen verbonden vennootschappen.

Met ingang van 2019 is er ook een algemene renteaftrekbeperking ingevoerd, die ook wel bekendstaat als de ‘earningsstrippingmaatregel’. Die houdt in dat het saldo van ontvangen en betaalde rente niet langer aftrekbaar is voor de VPB voor zover die hoger is dan:

  • 30% van de ‘gecorrigeerde’ winst; of
  • € 1 miljoen.

De gecorrigeerde winst is in dit geval het bedrijfsresultaat, ofwel de EBITDA (winst vóór verrekening van rentelasten, belastingen en afschrijvingen).

Bredere grondslag

De invoering van de earningsstripping-maatregel is niet alleen maar negatief voor het Nederlandse bedrijfsleven. De maatregel is ook grondslagverbredend; het levert simpelweg meer belastinginkomsten op.

Het kabinet raamt die extra inkomsten van die ingreep op € 2,1 miljard structureel per jaar. Die extra opbrengsten zijn weer gebruikt om het tarief in de VPB voor winsten tot € 200.000 te verlagen.

Bepalen rentebedrag

Bij het bepalen van het rentebedrag gaat het om het saldo van rentebaten en rentelasten in een jaar. Dit is een breed begrip: de rente op alle geldleningen valt onder deze berekening, zo staat in de wet.

Er is dus geen onderscheid gemaakt tussen pakweg schulden bij de bank en schulden bij een andere onderneming binnen een concern. En ook het doel waarvoor de lening is afgesloten maakt geen verschil. Onder rentelasten vallen bijvoorbeeld ook kosten die een onderneming maakt om valutarisico’s of renterisico’s op leningen af te dekken.

Zoals gezegd zijn bij de vraag of de aftrek beperkt wordt twee bedragen van belang: 30% van de EBITDA en € 1 miljoen. Volgens de wet het gaat om het hoogste bedrag van de twee. Dat wil zeggen dat ondernemingen die met hun rentesaldo onder de € 1 miljoen blijven ook niet te maken krijgen met de aftrekbeperking.

De inspecteur stelt de hoogte van de renteaftrek vast in een voor bezwaar vatbare beschikking. Als het verrekenen van de aftrek in een boekjaar niet lukt, mag de bv de aftrek doorschuiven naar een volgend jaar.

Europese richtlijn tegen belastingontwijking

De algemene renteaftrekbeperking komt niet uit de lucht vallen. Het is een onderdeel van een Europese richtlijn die belastingontwijking tegen moet gaan: de Anti Tax Avoidance Directive (ATAD1).

Het idee achter de maatregel is namelijk dat multinationals makkelijk in konden spelen op tariefsverschillen tussen landen. Door de aftrekbeperking heeft het voor internationale ondernemingen minder zin om te ‘shoppen’, omdat er in een andere Europese lidstaat niet per se méér renteaftrek te halen valt.

Niettemin is Nederland bij de invoering van de regels strenger geweest dan strikt noodzakelijk is. Zo geeft de Europese richtlijn ruimte om een rentesaldo tot € 3 miljoen uit te zonderen van de beperking. Onder meer Duitsland, België en Frankrijk hebben daarvoor gekozen.

Gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen

Door verder te gaan dan de richtlijn voorschrijft, wil Nederland zorgen voor een meer gelijke behandeling van eigen en vreemd vermogen. Want ‘dat levert stabielere ondernemingen en gezondere economische verhoudingen op’.

En via die gedachtelijn komt staatssecretaris Vijlbrief weer in beeld. De bewindsman is er namelijk van ‘geschrokken’ hoe snel diverse Nederlandse ondernemingen het moeilijk kregen toen de coronacrisis losbarstte.

Dat is mede de schuld van het fiscale stelsel, zo vertelde Vijlbrief in tv-programma Buitenhof. Want in dat systeem zit een fiscale prikkel voor ondernemingen om ‘zichzelf te financieren met heel veel schuld’. En jezelf volladen met leningen is gevaarlijk op het moment dat er tegenwind is, aldus Vijlbrief, die daar dus wat aan wil doen.

Prikkel verminderen

De staatssecretaris kondigt daarom aan dat hij de prikkel voor ondernemingen om zich vooral met schuld te financieren wil verminderen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de algemene grens voor aftrek te verlagen van 30% naar 25% van de EBITDA.

Dat is ook een maatregel die is genoemd in het rapport van de commissie die zich heeft gebogen over de belasting van multinationals (zie het kader hieronder).

Adviescommissie was het niet eens over verlaging grens voor renteaftrek

Een adviescommissie heeft zich onlangs gebogen over de vraag hoe de belastingheffing van multinationals aangepast kan worden. Het terugschroeven van de grens voor renteaftrek in de VPB van 30% naar 25% komt ook terug in het rapport van de commissie.

Die schrijft onder meer dat deze ingreep de prikkel om schulden aan te gaan vermindert. Ook draagt de maatregel bij aan de stabiliteit van de economie, omdat die het risico op faillissementen verkleint.

Nadelen zijn er ook. Veel omringende landen hanteren namelijk een grens van 30% en ook een grens van € 3 miljoen in plaats van € 1 miljoen. Nederland wordt zo minder aantrekkelijk om met schulden gefinancierde investeringen te doen, schrijft de commissie.

Pakket maatregelen
Daar komt bij dat een verdere beperking van de renteaftrek staat in het lijstje met maatregelen waar niet alle commissieleden achter staan. Dit in tegenstelling tot de maatregelen in de zogenoemde basisvariant voor de belastingheffing bij multinationals.

In dat pakket zit onder meer een extra aftrekbeperking van aandeelhouderskosten en/of royalty’s. Wat de commissie betreft moeten deze kosten samengeteld worden met de rente, en voor al deze kosten samen moet er dan een aftrekbeperking komen.

Over de vorm van de prikkelvermindering heeft de staatssecretaris zich echter nog niet uitgelaten. Hij wil de plannen deze zomer verder uitwerken. Grote kans dus dat het plan op Prinsjesdag naar buiten komt met het Belastingplan 2021.

Bij ondernemersorganisaties is de aankondiging alvast slecht gevallen (zie het kader hieronder). Als Nederland zich ‘uit de crisis wil investeren’ ligt zelfs eerder een verruiming van de renteaftrek voor de hand, in plaats van een verdere beperking, vinden VNO-NCW en MKB-Nederland.

Ondernemers: vreemd vermogen is een polsstok

Volgens ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland zit staatssecretaris Vijlbrief ‘op het verkeerde spoor’ met zijn aanpak van de renteaftrek. Vreemd vermogen is ‘niet iets vies, het is keihard nodig in de economie’, aldus beleidssecretaris fiscale zaken Sinke van de organisaties.

Hij wijst erop dat schulden werken als een hefboom op eigen vermogen en zo een polsstok zijn ‘waarmee we grote investeringen mogelijk maken’. Hoeveel vreemd vermogen ondernemingen aantrekken ‘wordt niet bepaald door de fiscale regels, maar door wat bedrijfseconomisch verstandig is en wat de bank toestaat’.

Sinke stelt dat ondernemingen niet in de problemen zijn gekomen door hoge schulden, maar door de grote impact van de overheidsmaatregelen. ‘Als er niets binnenkomt en de kosten gewoon doorlopen, verdampt het eigen vermogen snel en blijven de schulden staan’, zo analyseert de beleidssecretaris.

Regelingen voor lagere renteaftrek

Naast de algemene aftrekbeperking kent de VPB ook nog specifieke regelingen waardoor ondernemingen minder rente mogen aftrekken.

Zo is er de al genoemde beperking voor ‘besmette’ rechtshandelingen tussen verbonden vennootschappen in artikel 10a van de Wet op de VPB. Een schuldig gebleven dividenduitkering is daardoor bijvoorbeeld in principe niet aftrekbaar. In het artikel ‘Fiscale afschrijvingsbeperkingen’ heeft u hier al meer over kunnen lezen.

Daarnaast staat bijvoorbeeld in artikel 10 van de Wet op de VPB te lezen dat rente op een lening ook niet aftrekbaar is als die lening in feite het karakter van eigen vermogen heeft.

Renteaftrekbeperking

En er is bijvoorbeeld ook nog een renteaftrekbeperking die beschreven staat in artikel 10b van de Wet op de VPB.

Dit artikel gaat over langlopende leningen tussen gelieerde partijen, dus leningen zonder aflossingsdatum of die minstens 10 jaar lopen. En waar bovendien geen rente op betaald wordt, of een rente die veel lager is dan in het zakelijk verkeer gebruikelijk is tussen twee partijen die niet aan elkaar gelieerd zijn. Ook in dit geval is er geen aftrek van de rente mogelijk.