VERDIEPINGSARTIKEL

Plussen en minnen in de voorgestelde maatregelen voor 2021

Voor een laatste begroting van een regeringsperiode heeft het kabinet nog aardig wat wijzigingen in petto voor bv’s en de VPB. Of de reeks maatregelen positief of negatief uitpakt hangt sterk van uw situatie af.

Maar als u de winst volgend jaar onder de € 245.000 weet te houden en geen belastingontwijkende multinational bent, is het pakket voor u best gunstig.


13 oktober 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De laatste begroting van een regeerperiode is vaak een samenraapsel van relatief kleine ingrepen. Het zittende kabinet zet vaak geen grote veranderingen meer op de rails. Maar dat het bijzondere tijden zijn, blijkt ook uit het laatste Prinsjesdag-koffertje van Rutte-III.

Naast de reguliere stukken heeft het kabinet ook nog eens zes wetsvoorstellen gepubliceerd. Bovendien komen er nog twee maatregelen ‘later’ via een zogeheten nota van wijziging. Dat komt doordat het kabinet ‘juist nu een aantal structurele onevenwichtigheden’ wil aanpakken.

De wijziging die de meeste bv’s raakt zal de aanpassing van de VPB-tarieven zijn. Die zien er de komende twee jaar als volgt uit:

  • 2021:
    • Winst tot € 245.000: 15%
    • Daarboven: 25%
  • 2022:
    • Winst tot € 395.000: 15%
    • Daarboven: 25%

Het kabinet zet dus de verlaging van het lage tarief voor volgend jaar door, want dit tarief staat nu nog op 16,5%. Bovendien gaat dit lage tarief langer gelden, want nu ligt de grens nog op € 200.000.

Volgens het kabinet zullen door het optrekken van de schijf straks 22.800 ondernemingen extra helemaal in het lage tarief vallen met hun winst. Daarvan zijn er 21.000 mkb’er.

Verlaging van de baan

Tegenover de verdere verlaging van het lage tarief staat dat de eerder ‘beloofde’ verlaging van het hoge tarief naar 21,7% voorlopig van de baan is. Het kabinet heeft deze verlaging ook niet voor een later jaar op de planning gezet.

De veranderingen in de tarieven hebben een aantal gevolgen. Allereerst is het nóg voordeliger om te proberen de winst in 2021 onder de grens van het lage tarief te houden (zie het kader hieronder).

Gechargeerd gezegd is het verschil in tarief bij een winst van € 244.999 of € 245.001 namelijk 10 procentpunt, waar dat nu nog 8,5 procentpunt is. Was de verlaging van het hoge tarief wél doorgegaan, was het verschil overigens teruggelopen tot 6,7 procentpunt.

De winst juist verminderen, hoe gaat dat in zijn werk?

Nu het ‘gat’ tussen het lage en het hoge tarief in de VPB groeit, is het aantrekkelijk om de winst onder het grensbedrag te houden. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld gebruikmaken van de investeringsaftrek op de aanschaf van bedrijfsmiddelen.

Dat kan via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), die start bij investeringen vanaf € 2.400. Voor meer duurzame bedrijfsmiddelen kunt u gebruikmaken van de milieu-investeringsaftrek (MIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) of de Vamil-regeling. Kijk op Rendement Online voor meer informatie over deze regelingen voor investeringsaftrek.


Voorzieningen
U kunt ook voorzieningen vormen uit de winst. Hiervoor gelden drie eisen:

  • De uitgaven vinden hun oorsprong in feiten en omstandigheden van vóór de balansdatum.
  • De toekomstige uitgaven kunnen aan die periode worden toegerekend.
  • Er is een ‘redelijke mate van zekerheid’ dat u de uitgaven ook zult doen.

Voor- en nadelen fiscale eenheid

Verder kunnen de nieuwe tarieven een fiscale eenheid voor de VPB in uw situatie minder aantrekkelijk maken. De Belastingdienst ziet de bv’s in de eenheid samen als één belastingplichtige. Dat heeft als voordeel dat de bv’s onderling winsten en verliezen kunnen verrekenen.

Maar de eenheid zorgt er ook voor dat de winsten van de bv’s worden opgeteld. Dat betekent dat de fiscale eenheid mogelijk sneller over de winstdrempel heen gaat, terwijl de afzonderlijke bv’s met hun winst nog keurig onder het lage tarief zouden vallen. Door het grotere verschil tussen het hoge en het lage tarief wordt dat dus steeds ongunstiger.

Aan de andere kant kan het ook zijn dat door het oprekken van de grens naar € 395.000 uw fiscale eenheid juist plotseling volledig in het lage tarief valt.

Onbeperkt voorruit verliezen verrekenen

Ook een grote reikwijdte heeft het voorstel dat bv’s vanaf 2022 onbeperkt vooruit verliezen mogen verrekenen. Nu is het nog zo dat een VPB-plichtige verliezen tot één boekjaar achteruit mag verrekenen, en zes jaar voorwaarts.

Deze maatregel neemt het kabinet over uit het rapport van de Commissie-Ter Haar, die onderzoek heeft gedaan naar belastingheffing bij multinationals. De onbeperkte voorwaartse verliesverrekening is namelijk ‘wisselgeld’ voor een beperking van de verrekening die het kabinet wil doorvoeren.

Verliezen zijn vanaf 2022 namelijk nog maar tot een bedrag van € 1 miljoen volledig te verrekenen met de winst. Boven die grens zijn de verliezen nog maar voor 50% verrekenbaar per jaar.

Dit moet voor multinationals de prikkel verminderen om veel verlies te verrekenen met het resultaat van de vennootschap die in Nederland winst maakt. Als u onder de grens van € 1 miljoen blijft, geeft het u dus vooral meer verrekeningsruimte.

Wijzigingen voor specifieke situaties

Ook drie andere wijzigingen in de VPB spelen vooral in specifieke situaties:

  • De regeling die aftrekmogelijkheden moet beperken (in artikel 10a van de Wet op de VPB om precies te zijn), kan in sommige gevallen juist tot een vrijstelling leiden voor ondernemingen. Daar maakt het kabinet een eind aan.
  • De teruggave van dividendbelasting aan verlieslijdende VPB-plichtigen stopt in 2022 (zie het kader hieronder).
  • De liquidatie- en stakingsverliesregeling wordt ingeperkt. Met deze regeling kunnen ondernemingen die verlies lijden op bijvoorbeeld de liquidatie van een dochterbedrijf dit verrekenen met de winst. Deze al eerder aangekondigde wijziging houdt in dat ondernemingen deze verliezen binnen drie jaar in aanmerking moeten nemen. Er zijn nog andere beperkingen, maar die komen pas in beeld bij verliezen van meer dan € 5 miljoen.

Kabinet sleutelt aan teruggave dividendbelasting

Het kabinet grijpt ook in bij de verrekening van dividendbelasting met de VPB. Dat gebeurt vanwege het ‘Sofina’-arrest van het Europese Hof van Justitie.

Nu is het zo dat Nederlandse VPB-plichtigen betaalde dividendbelasting kunnen verrekenen met de verschuldigde VPB. Maken zij verlies en is er dus geen VPB verschuldigd, dan krijgen zij de betaalde dividendbelasting terug van de Belastingdienst. Buitenlandse VPB-plichtigen die verlies lijden krijgen die echter niet terug.

Het Hof heeft geoordeeld dat soortgelijke regels in Frankrijk niet door de beugel kunnen. Volgens het kabinet is het ‘niet ondenkbeeldig’ dat het Hof ook de Nederlandse situatie af zou keuren.

Oplossing
Om deze ongelijke behandeling op te lossen wil het kabinet dat ook Nederlandse ondernemingen die verlies lijden deze teruggave vanaf 2022 niet meer krijgen. De dividendbelasting is dan alleen nog te verrekenen als de onderneming VPB moet betalen, en dus winst maakt.

Als tijdelijke oplossing kunnen buitenlandse verlieslijdende VPB-plichtigen de teruggave óók krijgen. Dit kost de schatkist naar verwachting € 910 miljoen in 2021.

Prikkel beperking renteaftrek

Dan is er nog een maatregel die ‘boven de markt’ blijft hangen: verdere beperking van renteaftrek voor ondernemingen. Op Rendement Online kon u al lezen dat het kabinet iets wil doen aan de fiscale prikkel voor ondernemingen om zich eerder met schulden te financieren dan met eigen vermogen.

Op dit moment geldt er al een algemene renteaftrekbeperking, ook wel bekend als de ‘earningsstrippingmaatregel’. Daardoor is de rente niet meer aftrekbaar voor de VPB als het saldo van ontvangen en betaalde rente in een jaar hoger is dan 30% van het bedrijfsresultaat (EBITDA) of € 1 miljoen. Het kabinet heeft eerder al gezinspeeld op een verdere beperking, bijvoorbeeld door het percentage terug te schroeven van 30% naar 25% of 20%.

Nog snel in innovatiebox

Als uw onderneming de speciale innovatiebox in de VPB wil gebruiken, is het raadzaam om dat als het even kan nog dit boekjaar te doen. Het tarief in de innovatiebox stijgt in 2021 namelijk van 7% naar 9%.

De innovatiebox geldt voor een ‘immaterieel activum’ dat uw onderneming zelf ontwikkelt, zoals programmatuur of de ontwikkeling van een nieuwe technische toepassing. Een van de voorwaarden is dat u een octrooi of S&O-verklaring heeft gekregen voor deze vinding.

Evenwichtige behandeling vermogen

Zo ver is het vooralsnog niet, blijkt uit de Prinsjesdag-stukken. Maar het streven om ‘de fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen meer evenwichtig te maken’ is er nog steeds.

Het kabinet zal het verder aanscherpen van de earningsstrippingmaatregel meenemen bij een onderzoek naar de invoering van een zogeheten vermogensaftrek. Die regeling geeft ondernemingen simpel gezegd fiscaal voordeel op eigen vermogen.

In het verleden is hier wel al op gestudeerd, bijvoorbeeld door de Commissie-Van Weeghel in 2010. Die stelde een systeem voor waarbij een ondernemer met een positief eigen vermogen een forfaitaire aftrek krijgt van bijvoorbeeld 4% van dat eigen vermogen.

Bij een negatief eigen vermogen zou een ‘vermogensbijtelling’ volgen. Een concreet voorstel voor een vermogensaftrek is er nog niet. Het gaat namelijk om een ‘ingrijpende wijziging’, en dus wil het kabinet er eerst meer onderzoek naar doen.