Moet een beëindigingsovereenkomst getekend zijn?

14 januari 2021

In onze organisatie hebben we duidelijke afspraken gemaakt met een werknemer over een ontslag met wederzijds goedvinden. We hebben de overeenkomst ondertekend en aan de werknemer gestuurd, zodat hij ook kan tekenen. De werknemer heeft dat tot op heden niet gedaan, terwijl hij het wel eens is met de inhoud. Moet de beëindigingsovereenkomst zijn getekend om rechtsgeldig te zijn?

Bij een beëindigingsovereenkomst is sprake van een einde van de arbeidsovereenkomst op basis van 'wederzijds goedvinden'. 

Wederzijds goedvinden

Bij wederzijds goedvinden moet sprake zijn van een aanbod dat wordt aanvaard door de andere partij.

Bijvoorbeeld: de werkgever doet een voorstel om de arbeidsovereenkomst te laten eindigen en de werknemer accepteert dat voorstel. In dat geval is sprake van een (mondelinge) beëindigingsovereenkomst.

Schriftelijk

Volgens de wet is een overeenkomst, waarmee een arbeidsovereenkomst eindigt, alleen geldig als deze schriftelijk is aangegaan. 

De rechter heeft geoordeeld dat dit niet betekent dat de schriftelijke overeenkomst door beide partijen getekend moet worden. Het is ook mogelijk om (eenzijdig) de gemaakte afspraken schriftelijk te bevestigen en op die manier te voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste.

Een schriftelijke instemming of schriftelijk goedvinden van beide partijen is geen vereiste om aan het vormvereiste van de beëindigingsoveereenkomst te voldoen. 

Wilsovereenstemming

Als de werkgever (of de werknemer) eenzijdig de afspraken bevestigt, is het mogelijk dat de andere partij vindt dat de afspraken niet goed zijn vastgelegd. Werkgever en werknemer kunnen dan proberen er alsnog samen uit te komen.

Lukt dat niet, dan moet gekeken worden of er wilsovereenstemming was. Wilsovereenstemming betekent dat beide partijen de wil hadden om de (vastgelegde) afspraken te maken.

Wilsovereenstemming wordt beoordeeld aan de hand van een waardering van de relevante feiten en omstandigheden. Hieronder valt ook de in de gedragingen uitgedrukte wil van de instemmende partij en het daardoor bij de wederpartij opgewekte gerechtvaardigde vertrouwen. Met andere woorden: de wilsovereenstemming kan niet alleen blijken uit woorden, maar ook uit gedragingen.

Als de ene partij kan bewijzen dat de andere partij wel degelijk akkoord was met de (mondelinge gemaakte) bevestigde afspraken dan is sprake van een rechtsgeldige, schriftelijk vastgelegde overeenkomst. 

Bewijs

Om bewijsredenen is het natuurlijk wel verstandig om een handtekening te hebben van de werknemer. Of een andersoortig bericht van de werknemer, waarin hij schriftelijk bevestigt akkoord te zijn met de beëindigingsovereenkomst. Dat kan in plaats van een handtekening ook een WhatsApp-bericht zijn, een sms of een e-mail.

Escape voor de werknemer

De beoordeling van de wilsovereenstemming is niet meer relevant als de werknemer gebruik maakt de mogelijkheid om binnen de bedenktermijn van de overeenkomst af te zien. Zelfs als er sprake was van wilsovereenstemming: de werknemer mag binnen de bedenktermijn, zonder opgaaf van redenen, afzien van de beëindigingsovereenkomst.

Hof Den Haag, 17 december 2020, ECLI (verkort): 2596



Meer informatie over ontslag met wederzijds goedvinden vindt u in de toolbox Regel zelf een ontslag met wederzijds goedvinden.