Aanscherping gebruikelijkheidscriterium 2016

Op Prinsjesdag is bekend geworden dat er per 2016 een scherper gebruikelijkheidscriterium geldt. Dit strengere criterium moet ervoor zorgen dat werkgevers grote bonussen niet ten onrechte in de vrije ruimte stoppen. Dit is aantrekkelijk, omdat 80% eindheffing voordeliger is dan bruteren.

21 september 2015 | Door redactie

In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen (pdf) is op Prinsjesdag een subtiele wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 voorgesteld. Deze verandering heeft tot gevolg dat u vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers alleen als eindheffingsbestanddeel mag aanwijzen als het onderbrengen in de WKR gebruikelijk is. Momenteel staat in de wet dat werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers kunnen aanwijzen als eindheffingsbestanddeel op voorwaarde dat deze voorzieningen niet te veel afwijken van wat gebruikelijk is in vergelijkbare omstandigheden

Gebruikelijk of niet?

Nu is het nog de omvang van de vergoeding of verstrekking die gebruikelijk moet zijn. Per 2016 draait het om de gebruikelijkheid van het in de werkkostenregeling stoppen van de vergoeding of verstrekking op zich. Als een vergoeding of verstrekking op zich al ongebruikelijk is, zal het aanwijzen ervan als eindheffingsbestanddeel dat natuurlijk ook zijn.

Bij de toets of aan het gebruikelijkheidscriterium is voldaan, spelen de volgende factoren een rol:

  • Wat is de aard van de vergoeding of verstrekking?
  • Wat is de omvang of waarde van de vergoeding of verstrekking?
  • Hoe werd de vergoeding of verstrekking vóór de WKR in de organisatie behandeld?
  • Krijgen collega’s de vergoeding of verstrekking ook?
  • Krijgen vergelijkbare werknemers bij een andere werkgever de vergoeding of verstrekking ook?

Tariefarbitrage voorkomen

Het opnieuw formuleren van het gebruikelijkheidscriterium is nodig omdat er werkgevers bleken te zijn die de belasting omzeilden door grote bonussen in de vrije ruimte te brengen. De 80% eindheffing van de WKR is immers een stuk voordeliger dan het bruteren van zo’n bonus. Deze zogenoemde tariefarbitrage is straks duidelijk tegen de regels.