Actal: overgangsregeling WKR tot januari 2016

In het advies over de hervorming van de werkkostenregeling geeft Actal aan dat werkgevers voldoende tijd moeten krijgen om te zien hoe het noodzakelijkheidscriterium in de praktijk werkt, voordat ze verplicht worden om ermee te werken. Aan de andere kant moet de overgangsregeling wel eindig zijn, omdat die voor extra administratieve lasten zorgt.

3 juli 2013 | Door redactie

In het bericht ‘Door noodzakelijkheidscriterium minder regels?’ las u al over het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk (Actal) over de plannen van staatssecretaris Weekers van Financiën voor de hervorming van de werkkostenregeling (WKR). Actal heeft zich ook in het advies (pdf) ook nog uitgelaten over de duur van de overgangsregeling.

Verplichte invoering WKR een jaar extra uitstellen

Dat werkgevers nu al sinds 2011 de keuze hebben tussen toepassing van het oude regime van vergoedingen en verstrekkingen en de werkkostenregeling levert ook extra administratieve rompslomp op. Fiscaal adviseurs moeten immers kennis hebben van twee sets regels, en hetzelfde geldt voor de inspecteurs van de Belastingdienst.
Oorspronkelijk zou de overgangsperiode drie jaar bedragen. Per 1 januari 2014 zouden alle werkgevers aan de werkkostenregeling moeten geloven. Vanwege de voorziene hervorming van de WKR is de verplichte invoering van de regeling een jaar uitgesteld. Tijdens deze periode worden de regels van de WKR aangepast. Actal verwacht dat werkgevers de werkkostenregeling pas in hun onderneming willen invoeren als ze meer duidelijkheid hebben over de manier waarop het noodzakelijkheidscriterium in de praktijk werkt. Daarom adviseert Actal om de verplichte invoering nog een jaar extra uit te stellen, tot 1 januari 2016.

Einddatum overgangsregeling moet bekend zijn

Het adviescollege benadrukt wel dat het belangrijk is dat van tevoren duidelijk is wat de einddatum van de verlengde overgangsregeling is, zodat adviseurs weten hoe lang ze twee regelingen naast elkaar moeten hanteren en ook werkgevers en de Belastingdienst weten hoe lang ze nog extra administratief verkeer te maken hebben.