Fouten in Handboek bij reizen met ov

In het Handboek Loonheffingen 2011 staan weer een aantal fouten. Dit keer gaat het om drie fouten in de paragraaf over het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van losse vervoerbewijzen of een OV-abonnement.

12 oktober 2011 | Door redactie

Al eerder zijn er fouten aangetroffen in het Handboek. Zo kon u in het bericht ‘Werkkostenregeling meermaals fout in Handboek’ al lezen over andere fouten in de tekst. De eerste fout in de tekst over reizen met het openbaar vervoer staat in paragraaf 19.2.3. In de alinea over de werkkostenregeling (WKR) staat dat het ter beschikking stellen van een OV-abonnement onbelast is als de werknemer het abonnement regelmatig gebruikt voor reizen voor het werk. Het woord ‘regelmatig’ is onjuist. Hier moet staan: ‘U hoeft niets bij het loon te tellen als uw werknemer het abonnement (ook) gebruikt voor reizen voor het werk’.

Geen afspraak over nacalculatie

De tweede en derde fout zitten in de methode om het recht op een nacalculatie te berekenen.
In paragraaf 19.2.1 (vergoeden) en 19.2.2 (verstrekken) staat onder de WKR een alinea over een situatie waarin u met uw werknemer geen afspraak heeft gemaakt over een nacalculatie. Een vergoeding (of verstrekking) is dan alleen onbelast als u aannemelijk kunt maken dat de kosten (of de waarde) van de zakelijke reis ten minste even hoog (of groot) is als de kosten van het OV-abonnement. Er zijn twee methodes om dit aannemelijk te maken en hierin staan de twee fouten.

Methode voor berekenen aannemelijkheid

Bij de eerste methode staat nu dat, als u uitgaat van een periode van één maand, de kosten (of de waarde) minstens even hoog moeten zijn als de kosten van het abonnement. Dit moet zijn: even hoog als 1/12e deel van de kosten van het abonnement.
De tweede methode gebruikt u als u uitgaat van een periode van zes maanden of langer. Nu staat er dat de kosten minstens de helft moeten zijn van de kosten van het abonnement. Dit moet zijn: ‘dan moeten de kosten van de zakelijke reizen in de eerste zes maanden minstens de helft zijn van de kosten van het abonnement’.