Hoge gasprijzen, maar thuiswerkvergoeding blijft € 2

7 februari 2022 | Door redactie

Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft in antwoord op Kamervragen aan dat de thuiswerkvergoeding van € 2 niet eerder dan per 2023 omhoog gaat. Ook niet nu Nederland te maken heeft met hoge inflatie en hoge gaskosten.

Met ingang van 1 januari 2022 is een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling (WKR) voor de thuiswerkvergoeding (infographic) ingevoerd van € 2 per thuiswerkdag. Dit bedrag heeft het kabinet gebaseerd op een berekening van het Nibud. Een Kamerlid wilde van minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weten of zij het Nibud gaat vragen om op basis van de gewijzigde omstandigheden de hoogte van de thuiswerkvergoeding opnieuw te berekenen en het beleid daarmee in lijn brengen. Op dit moment stijgen de kosten van levensonderhoud, met name de energieprijzen, immers hard en is er een hoge inflatie. Minister Van Gennip antwoordt dat er in het Belastingplan 2022 voor is gekozen om het forfait van € 2 jaarlijks op basis van de tabelcorrectiefactor te indexeren. De indexatie zal voor het eerst met ingang van het jaar 2023 plaatsvinden. Er is niet voorzien in een tussentijdse aanpassing. 

Prijzen stijgen sneller dan de salarissen

Minister Van Gennip geeft desgevraagd ook aan dat ze de ontwikkeling van de inflatie en de gevolgen voor huishoudens nauwgezet volgt. Omdat de loonontwikkeling altijd met enige vertraging reageert op veranderende economische omstandigheden, stijgen de prijzen op dit moment sneller dan de salarissen. Dat heeft een ongunstig effect op de koopkracht van huishoudens. Lonen komen tot stand in overleg tussen werkgevers en werknemers. De minister geeft aan dat de overheid terughoudend moet zijn daarop in te grijpen. Het kabinet houdt wel in de gaten hoe de lonen zich komende tijd ontwikkelen. Het is wenselijk dat de contractloongroei aantrekt in een krappe arbeidsmarkt. Dat lijkt ook te gebeuren, en De Nederlansche Bank (DNB) verwacht dat deze ontwikkeling zich voortzet in 2022 en 2023. Aanvullend op de automatische stijging op basis van de gewogen contractloongroei, heeft het kabinet er in het coalitieakkoord voor gekozen om het wettelijk minimumloon deze kabinetsperiode met 7,5% te laten stijgen, zo geeft de minister aan.